06-06-2011 - Surfen, Nieuws

Column: Waardering

Het is alweer een paar jaar geleden dat ik tijdens het lezen van een artikel in een surf magazine kippenvel kreeg. Normaal doen de vaak oppervlakkige verhalen in de verkapte reclameblaadjes me niet zo veel, maar dit was een absolute voltreffer. Het artikel “Will the worlds best surfer please lay down” ( TSJ Volume 15 NO. 4) ging over surflegende Mike Stewart die op basis van zijn baanbrekende prestaties in meerdere takken van de surfsport aanspraak zou kunnen maken op deze officieuze titel. Sinds het lezen van dit artikel kan ook ik me vinden in de stelling dat ’s werelds beste surfer een bodyboarder/bodysurfer is. Natuurlijk zou superkampioen Slater, style-icoon Lopez of zelfs big wave pionier Laird ook aanspraak kunnen maken op de titel, maar voor mij komen zij duidelijk achter de surfer die nooit de waardering heeft gekregen die hij verdiende.

Woord: Frank van de Ruit
Beeld: Ray Max

Ook in Nederland zijn er surfers die niet de waardering krijgen die ze verdienen. Waar Mike Stewart door veel mensen niet als volwaardige surfer wordt gezien simpelweg omdat hij niet op zijn voeten staat, zijn er hier ook surfers die hetzelfde ondervinden omdat ze op een longboard surfen. Een longboard is voor veel surfers en dus ook voor veel surfmerken nog steeds ‘niet cool’ en dus weigeren ze steevast om te investeren in deze tak van de surfsport. Toch zullen de surfmerken dat nooit hardop uitspreken. Ze willen tenslotte graag de lusten (wat extra publiciteit en dus meer surfers die hun spullen kopen) zonder de lasten (de kosten voor het ondersteunen etc.). En dus lopen talentvolle longboarders jaar in jaar uit tegen de feiten aan. Hoe goed ze ook surfen en presteren, qua sponsoring zullen ze nooit de ondersteuning krijgen die ze verdienen.

Laatst zat ik, als co-sponsor, bij een sponsorgesprek van een vriend van me die een topseizoen had gedraaid op zijn longboard. Hij had zich overduidelijk bewezen qua prestaties en publiciteit. Voor het realiseren van zijn internationale ambities was hij op zoek naar steun van zijn sponsor. De verantwoordelijke marketingman stelde echter dat de ‘internationale’ publiciteit behoorlijk tegenviel (wat logisch is als je zelf niet met longboarders adverteert en ook geen longboarders mee neemt op fotoshoots) en dat ook zijn internationale resultaten wat tegenvielen (wat ook logisch is omdat er wegens gebrek aan sponsors nauwelijks wedstrijden zijn).

Na een half uur stonden we, een illusie armer en een onbevredigend gevoel rijker, weer op straat. Overigens nog wel met de toezegging dat wanneer hij heel goed zijn best zou doen, hij volgend jaar misschien in het internationale team zou komen. Terug lopend naar de wagen herhaalden we die toezegging nog eens. We keken elkaar aan en moesten er eigenlijk hard om lachen. We wisten allebei dat hij nooit in dat internationale team zal komen, net zo min als Mike Stewart ooit als beste surfer van de wereld gezien zal worden.

 van