De Tricktionary – Wingfoil
Wat begon als één windsurfinstructieboek in 2005, groeide uit tot een wereldwijd fenomeen: de Tricktionary-reeks. Na edities over windsurfen, kiteboarden en suppen is het nu tijd voor de Wingfoil Tricktionary. Een project waarin maker Michael ‘Rossi’ Rossmeier de snelst groeiende funsport van dit moment probeert te vangen in een boek – een race tegen de klok én tegen de evolutie van de sport zelf. ‘Elke keer dat ik dacht dat het boek af was, werden de grenzen van de sport opnieuw verlegd.’
Woord Mart Kuperij
Beeld Marion Neumair, Emmanuela Cauli, Tricktionary

De omvang van het Tricktionary-universum is indrukwekkend. Met windsurfen, kiteboarden en suppen omvat de reeks inmiddels vijf lijvige boeken, waarvan er wereldwijd ruim honderdduizend zijn verkocht. Samen zijn ze goed voor meer dan tweeduizend pagina’s vol zorgvuldig opgebouwde tricksequences en heldere, gedetailleerde uitleg – allemaal bedoeld om lezers te begeleiden van de eerste stappen tot de meest geavanceerde moves. Met zo’n brede basis was het verschijnen van een wingfoilvariant slechts een kwestie van tijd. Maar hoe leg je een sport vast die zich bijna dagelijks opnieuw uitvindt – in een boek dat per definitie een momentopname is?
Voor Michael ‘Rossi’ Rossmeier was dat geen onbekend terrein. Als bedenker van de Tricktionary-serie documenteert hij al bijna twintig jaar sporten die continu in beweging zijn. ‘Het begon allemaal in 2005 met de eerste Windsurfing Tricktionary’, vertelt Rossi via een videoverbinding. ‘Daarna volgde een tweede editie, de Kiteboarding Tricktionary, een geüpdatete windsurfversie en de Stand Up Paddle Tricktionary. Al deze boeken zijn wereldwijd beschikbaar in vijf tot zeven talen.
‘Toen ik in aanraking kwam met wingfoilen – eigenlijk via windfoilen – zag ik meteen het enorme potentieel. De sport ontwikkelde zich razendsnel en ik merkte hoeveel mensen ermee worstelden. Die worstelingen voelde ik zelf ook. Er waren zoveel kleine ontdekkingen die een groot verschil maakten bij het leren van deze sport. Al die inzichten samenbrengen op één plek, dát werd de kern van de Wingfoil Tricktionary. Het doel is mensen sneller vooruit te helpen, met minder frustraties.’
Hoe lang ben je al met dit project in de weer?
‘Ik ben heel vroeg begonnen met de Wingfoil Tricktionary. Ik heb nog foto’s van wat in feite de allereerste wingfoil World Cup-race was, op het Silvaplanameer in 2019 of 2020. Vanaf dat moment ben ik materiaal gaan verzamelen en het idee langzaam gaan uitwerken. Oorspronkelijk was het plan om één compleet boek te maken. Maar omdat ik in die tijd ook de Stand Up Paddle Tricktionary aan het afronden was, verliep de wingfoilversie trager. Achteraf gezien was dat waarschijnlijk een voordeel. Het gaf de sport tijd om zich te ontwikkelen: de techniek verbeterde, op materiaalgebied werden er enorme stappen gezet en de leercurve veranderde. Uiteindelijk groeide de sport zó snel dat alles onmogelijk in één boek paste.’
Dus besloot je er een serie van te maken?
‘Exact. Vorig jaar, toen ik alles eindelijk probeerde samen te brengen, kwam ik al op meer dan 600 pagina’s – dan heb ik het alleen nog maar over basics, freeride en freestyle. Toen besloot ik dat ik het zou opsplitsen in drie boeken: het eerste over basics en freeride, het tweede volledig gewijd aan freestyle, en het derde aan wave, downwind en race. Door die opsplitsing kreeg ik de ruimte om dieper in te gaan op de techniek, alles duidelijker te maken en nog meer mooie foto’s in het boek op te nemen.’

De ontwikkelingen in het wingfoilen gaan razendsnel. Hoe vertaal je zo’n constant veranderende sport naar een boek?
‘Dat is een van de grootste uitdagingen! In veel opzichten heb ik geluk. Ik woon in Tarifa, momenteel hét epicentrum van het wingfoilen. Het aantal top riders is hier echt enorm – freestylers, freeriders, downwinders, alles komt samen in Tarifa. Daarnaast ben ik ’s zomers vaak bij het Gardameer in Italië, dat al jaren een hotspot is voor freeride wingfoilen. Er werd hier al heel vroeg gewingd, dus er gebeurt altijd wel iets nieuws.
Doordat ik omringd ben door deze riders zie ik de evolutie van de sport bijna dagelijks van dichtbij. Ik vaar met de besten van de wereld, zie nieuwe stijlen en technieken ontstaan en probeer die zelf toe te passen. Ik heb ook veel vrienden die inmiddels bij de top horen. Zij delen hun enthousiasme, inzichten en feedback altijd graag. Vervolgens vertaal ik wat ik zie, hoor en ervaar naar duidelijke techniek, geschreven uitleg en foto’s.
‘Toch blijft het lastig om een boek af te ronden. Elke keer dat ik dacht dat het boek af was, werden de grenzen van de sport opnieuw verlegd. Dat maakt wingfoilen spannend, maar het publiceren van een gedrukt boek een ongelooflijke uitdaging.’
Waar trek je de grens en zeg je: tot hier en niet verder?
‘Het eerste boek behandelt alles van de eerste meters foilen tot freeriden – alle basics, hoe je goed pompt, efficiënt vaart, snelheid maakt in zowel heel weinig wind als in ruige omstandigheden. Ook de belangrijkste technieken zoals gijpen, overstag gaan en varen met kleine boards komen aan bod. Dat deel van de sport verandert niet meer zo snel, dus dat kon ik met vertrouwen vastleggen.
‘Bij freestyle is het een ander verhaal. Op een gegeven moment, zeker richting een drukdeadline, moet ik gewoon zeggen: ‘Oké, dit is het. Dit gaat erin.’ Ik probeer altijd de moeilijkste tricks van het moment vast te leggen, met de beste riders. Zo laat het boek, ook als de sport zich doorontwikkelt, toch de stand van zaken aan de top zien.’
Je hebt vaker met dit bijltje gehakt. Maakt dat het makkelijker, of is elk boek opnieuw een soort chaos?
‘Grappig dat je het ‘chaos’ noemt, want eerlijk gezegd is dat precies hoe ik deze boeken maak. Natuurlijk heb ik een globaal idee van de hoofdlijnen, maar het proces zelf lijkt meer op research & development – een creatief en voortdurend evoluerend traject.
‘In het begin voelt het absoluut chaotisch. We maken soms 5.000 foto’s in één sessie. Voor één techniek kunnen er tien varianten zijn – andere hoeken, condities, riders. Daarna kies ik de sequence waarin de techniek het duidelijkst is, de hoek klopt, de stijl goed uitkomt; de foto’s die het verhaal het beste vertellen.
‘Sommige technieken krijgen extra aandacht, zoals de gijp of het overstag gaan. Alleen voor de gijp kunnen dat zomaar tien tot twintig pagina’s zijn. Belangrijke freestyletricks – carving 360’s, sprongen – ontwikkelen zich voortdurend en krijgen allemaal hun plek. Ik werk direct in de opmaak, met de foto’s erbij. Ik beschrijf wat ik zie, wat ik me herinner, wat ik zelf ervaar. Langzaam verdwijnt de chaos en krijgt alles vorm. Opeens is het geen chaos meer maar een prachtig geheel.’

Tricktionary-tools
Rossi werkt al sinds de eerste Tricktionary met Canon-apparatuur. Na jaren met de 1DX en 1DX Mark II fotografeert hij nu met de R6 Mark II – ‘eindelijk een camera die zowel de foto- als videokwaliteit levert die ik nodig heb’. Zijn vaste lenzen zijn de professionele L-serie van Canon: een 70–200 mm voor close-upactie – ‘bijvoorbeeld als ik op een ladder of toren sta’ – en een 400 mm met 1.4x extender voor golven en actie op afstand. Daarnaast gebruikt hij Lightroom om zijn enorme archief te organiseren, Photoshop voor het samenstellen van tricksequences en InDesign om de Tricktionary-boeken tot leven te brengen.
Wat doe je zelf en waarbij word je geholpen door anderen?
‘Ik doe heel veel zelf, vooral het creatieve gedeelte: de kern van het boek. Het grootste deel van de fotografie is van mijn hand, en dat doe ik met veel plezier. Daarnaast laat ik anderen foto’s van mij maken – zeker voor het eerste boek, waarin veel van de uitleg voor beginners voorzien is van foto’s met mij in actie. Dat was belangrijk, want pro’s hebben meestal geen zin om dat soort basic dingen voor te doen, en ik weet precies wat ik wil laten zien.
‘De lay-out maak ik zelf, omdat die zó nauw verbonden is met hoe mensen uit het boek leren. Als ik dat zou uitbesteden, zou het nooit worden zoals ik het voor ogen heb. Ik heb een grafisch team in Argentinië dat helpt om het er strak uit te laten zien. Vanuit India helpt iemand bij het beheren van de vijf talen – kopiëren, plakken, vertalingen stroomlijnen. Engels en Duits doe ik zelf, voor de andere talen werken we met vertalers en correctoren. En natuurlijk zorgt de drukker voor hoogwaardig drukwerk.’
Het vastleggen van tricksequences is hét handelsmerk van de Tricktionary-boeken. Hoe pak je dat aan?
‘Al die sequences zijn heel bewust geschoten – het zijn geen lucky shots. Ze worden speciaal gepland om die samengevoegde trickbeelden te maken. Dat betekent: fotograferen vanuit de juiste hoek, met de juiste frame rate, in het juiste licht en onder de best mogelijke omstandigheden. Meestal is dat een volledig georganiseerde shoot waarin alles moet kloppen – rider, spot, materiaal, camera-instellingen – zodat de uiteindelijke sequence werkt.
‘Ik heb de techniek van het samenvoegen van de beelden door de jaren heen ontwikkeld. Het is geen geheim hoe het werkt, en tegenwoordig is het veel makkelijker dan toen ik net begon. In die tijd werd digitale fotografie nét goed genoeg. Daarvóór was het onmogelijk – met diafilm kon het gewoon niet. Zoals je zegt: het is een handelsmerk van de Tricktionary. Het werkt visueel zó goed. Mensen lezen de techniek niet alleen, ze zien hem, frame voor frame. Dat is voor mij altijd essentieel geweest.’

Tales of the Tricktionary
Harddiskdrama
Een van de spannendste momenten bij het maken van de Wingfoil Tricktionary vond niet eens plaats op het water. Rossi: ‘Ik zat in Mauritius aan de keukentafel te werken toen ik mijn laptop oppakte en vergat dat de harde schijf nog vastzat. Die knalde op de grond – kapot. Paniek natuurlijk, want daarop stond al het verse beeldmateriaal en de grote Photoshop-bestanden met nieuwe layouts, goed voor dagen werk. Gelukkig kon ik de meeste files terughalen, maar het was wel een wake-upcall. Niet omdat ik geen back-ups had – mijn belangrijkste bestanden staan in de cloud – maar omdat ik te laks was geworden. Sindsdien hebben al mijn schijven bumpers, gebruik ik alleen nog SSD’s, draait Time Machine constant en wordt elke shoot dezelfde dag nog gedupliceerd.’
De camera die niet meer klikte
‘Alles was perfect geregeld voor een grote shoot: de voorspelling zag er top uit, de jongens stonden klaar, het gloednieuwe materiaal was net binnen – en toen deed mijn camera het niet meer. Eén klik, niets. Het sluitergordijn had zijn maximum bereikt, zo’n 300.000 clicks, en de body moest naar Canon voor reparatie. Voor actiesequences kun je geen frames uit video halen – je hebt RAW’s op volle resolutie nodig, op hoge snelheid. Dus begon een wilde zoektocht naar een vervangende camera: appjes, telefoontjes, stress… Gelukkig kon een surfmaatje mij zijn Canon lenen, waardoor we de shoot toch precies konden doen zoals gepland. Misschien is dat wel de echte les: onze community maakt deze sport tot wat hij is. Surfers staan altijd klaar om elkaar te helpen – die spirit is onbetaalbaar.’
Op hoeveel locaties heb je gefotografeerd voor dit boek?
‘Voor dit project hebben we foto’s gemaakt in Brazilië, Fuerteventura, Gran Canaria, Zwitserland, Frankrijk, en heel veel in Tarifa en bij het Gardameer. In totaal zo’n tien tot vijftien locaties. Op dit moment heb ik waarschijnlijk een half miljoen wingfoilfoto’s in mijn archief, gesorteerd op thema, rider, locatie en meer. Die structuur helpt me om overzicht te houden. Het enige dat me soms gek maakt, is de omvang van deze boeken. Ze kosten jaren werk en soms lijkt het alsof ze nooit afkomen. Maar inmiddels weet ik: uiteindelijk lukt het altijd.’
Wat was het meest uitputtende of frustrerende moment tijdens het maken van dit boek?
‘De zwaarste fase is waarschijnlijk die waarin ik nu zit – het afmaken. Dat is het moment waarop al die lastige klussen waar je tegenaan hikte nog steeds op je liggen te wachten. Vaak zijn dat de ingewikkeldste onderdelen, die de meeste aandacht of precisie vragen, of die gewoon eindeloos veel tijd kosten. Dat sloopt me soms echt.
‘Qua frustratie denk ik vooral aan technische problemen. Als software crasht of vastloopt en je dagen werk kwijt bent. Maar ook grotere dingen: een grote fotoshoot plannen met pro’s en dan vlak voor je begint te horen krijgen dat een rider van sponsor is gewisseld. Of je hoort het net nadat het boek gedrukt is. Dat zijn lastige situaties, want ze beïnvloeden de continuïteit van een boek – zeker als die rider er vaak in voorkomt. Zulke verschuivingen in de industrie zorgen voor flink wat stress.’

En de mooiste momenten?
‘Het allermooiste moment is altijd wanneer het boek naar de drukker gaat. Je werkt er jarenlang aan, bouwt één perfect PDF-bestand, controleert dat keer op keer – in meerdere talen – en dan gaat het naar de drukker. Als het is goedgekeurd, gaat het in een enorme machine en op een dag rijdt er een vrachtwagen voor die twintig pallets met boeken dropt. Dat moment, wanneer je het echte boek eindelijk in handen hebt – dat is onbetaalbaar.
‘Een ander hoogtepunt is wanneer iemand zegt dat hij of zij álles uit mijn boek heeft geleerd. Of dat hun kinderen het gebruiken en er dol op zijn. Of dat ze het al jaren hebben en er nog steeds in bladeren. Dat zijn de momenten die al dit werk de moeite waard maken.’
Al het goede komt in drieën
De Wingfoil Tricktionary verschijnt in drie delen. Deel één behandelt alles van beginner tot freeride. Deel twee richt zich op freestyle, met stap-voor-stap beschrijvingen van carve-moves en basisjumps tot meer geavanceerde manoeuvres. Deel drie verkent wave, downwind en racing, met aandacht voor techniek, omstandigheden, materiaalafstelling en long-distance cruisen. Nieuwe disciplines zoals parawingen zouden in dit laatste deel ook zomaar een plekje kunnen krijgen, maar dat blijft ongewis tot het boek gedrukt is – het blijft tenslotte de Tricktionary! Het eerste deel is rond Kerstmis verkrijgbaar op soulwebshop.nl
Wil je meer van dit soort artikelen lezen en altijd up-to-date blijven? Abonneer je dan op WINGFOIL magazine! Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom wingfoilen? Volg ons op Instagram en Facebook. Ontdek hier meer interessante blogs vol inspiratie en tips! Of koop hier je losse editie!