09-10-2019 - Nieuws, Wielrenblad

Een echte gravelklassieker!

Het klassiekerseizoen is in volle gang, en dat betekent dat zowel profs als liefhebbers van over de hele wereld afreizen naar België, Frankrijk of Italië om daar te genieten van prachtige wielerkoersen over eeuwenoude wegen, vol gravel en kasseien. Moet je als liefhebber helemaal die kant op om het klassiekergevoel op de fiets te ervaren? Nee, veel dichter bij huis, tussen Zwolle en Arnhem, ligt het klassiekergevoel op verstopte boerenpaadjes voor het oprapen.

Het zonnetje schijnt al heerlijk als we met z’n allen uit de trein stappen in Zwolle. De lucht voelt nog fris aan, maar dat zal niet lang duren; de lente hangt al in de lucht. Met een negen man sterke groep zijn we afgereisd naar Zwolle, om hier de zoektocht naar het klassiekergevoel te starten. Zullen we het ergens tussen hier en Arnhem vinden? De route lijkt in ieder geval veelbelovend; langs de IJssel liggen enorm veel mooie gravelwegen verstopt, en hier en daar zelfs wat slechte klinkers en kasseien. En om het plaatje compleet te maken rijden we de route ook nog met een lekker tegenwindje.

Via de slotgracht die het centrum van Zwolle omringt, fietsen we rustig richting het zuiden, waar de eerste stroken al vrij snel opdoemen. De eerste, een korte langs de Wijthemerplas, missen we helaas omdat ik per ongeluk een oudere versie van de route op mijn GPS-unit heb staan. Nadat ik de goede versie heb ingesteld, rijden we al vrij snel de tweede gravelstrook op, en het is meteen koers. Ik draai hem als eerste op, maar zie Mischa, Stan en Justin met grote snelheid voorbij knallen. We proberen ze nog terug te pakken, maar we zien ze niet meer terug voor het eind van de, gelukkig korte, strook.

De volgende gravelstrook volgt al vrij snel, en ook hier gaat de gashendel weer open! Nu zit ik wel mooi voorin en kan ik erbij blijven. Helaas missen we een bochtje en rijden we met z’n allen een doodlopend boerenweggetje in. Gelukkig biedt dit wel weer kansen voor fotograaf Erwin en mijzelf om even een kleine pauze in te gelasten en wat plaatjes te schieten.

Kastelen en klinkers

Niet alleen de gravelwegen tussen Zwolle en Deventer zijn fantastisch, het landschap ook. Waar de stukken asfalt vaak in prachtige open gebieden zijn, slingeren de gravelwegen meer door de bossen heen en tussen boerderijen door. Wat ook opvalt is de enorme hoeveelheid eeuwenoude kastelen en landhuizen die we passeren, vaak omgeven door een slotgracht, en nog liggend aan een gravel- of klinkerweg.

Over klinkerweggetjes gesproken; deze liggen hier ook genoeg. Ze zijn vaak net zo oud als de aangrenzende kastelen en rammelen dus lekker. Het zijn dan wel geen kasseien, maar als Jip samen met zijn vader Mischa de aanval kiest en de groep uit elkaar rijdt, blijkt wel dat zo’n strook zwaar zat is.

Kastelen zijn niet de enige historie die we onderweg tegenkomen. De route loopt parallel met de IJssel, en dus ook met de IJssellinie. Een uitgebreid verdedigingsnetwerk uit de jaren 50, bedoeld om de Sovjet-Unie tegen te houden, mocht het nodig zijn. Terwijl we langs wat oude bunkers rijden vertelt Stan me een curieus verhaal; de Russen zouden al hebben geweten waar alle bunkers lagen, nog voordat ze werden gebouwd. Een oude Russische kaart die in een van de te bezichtigen bunkers hangt onderstreept dit, want die stamt al uit het einde van de jaren 40.

Kasseien en kombochten

Vlak langs de IJssel rijden we Deventer binnen, een van de Hanzesteden die we op de route passeren. We maken nog een klein lusje om een strookje kasseien in het oude havengebied mee te pakken. En ondanks dat het slechts een krappe 300 meter lang is, is het voor Nederlandse begrippen een pittige strook. Sterker nog, de fiets van Justin blijkt er niet helemaal tegenop gewassen. Na afloop staat zijn stuur een flink stuk omlaag gedraaid, door de klappen van de kasseien. Gelukkig is dit met een multitool zo opgelost en kunnen we weer verder.

Even buiten Deventer komen we de Waterdijk tegen. Een klinkerstrookje van 800 meter, maar de staat van dit boerenweggetje is miserabel. Scheef, kapotgereden en met een enorme rug is dit praktisch een kasseistrook en dus fantastisch om overheen te knallen. Ondanks dat het weggetje, behalve naar een vervallen boerenschuur, nergens heen leidt, rijden we deze dus ook. Volle bak stuiteren we over de klinkers, die in de bochten zelfs zo verzakt zijn dat het praktisch kombochten zijn geworden; zelden heb ik me in Nederland zo dichtbij Roubaix gevoeld.

Na dit stuitergeweld kunnen we even op adem komen, maar zodra we het gehucht Epse voorbij zijn verandert het asfalt al snel in mooie brede gravelwegen die afwisselend door bos en weilanden gaan, met af en toe een huisje en een boerderij. Verrassend genoeg komen we veel auto’s tegen op deze stroken; ondanks dat het dunbevolkt is, komt men hier graag wandelen en er zijn relatief weinig wegen. Hier ligt dan ook meteen een van de langste stroken die we vandaag tegen komen – maar liefst vijf kilometer onvervalst gravel.

Koffie!

Na dik 70 kilometer met de wind op kop begint de moraal wat te kraken hier en daar, maar gelukkig is daar net op tijd de redding: een koffiestop bij De Sluis, een restaurantje vlak voor Zutphen. Ondanks dat de laatste stukken appeltaart voor onze neus weg worden gekaapt, genieten we in het lentezonnetje van een kopje koffie en voor de verandering een paar lekkere broodjes. Even later stappen we met hernieuwde moraal op de fiets voor het laatste stuk richting Arnhem, terwijl de zon al over zijn hoogste punt heen is.

Vanuit Zutphen steken we voor het eerst de IJssel over en zetten we koers richting de heuvels van de Veluwezoom en Arnhem, maar voordat we daar zijn, komen we eerst nog langs het laatste kasteel op de route, Huis Voorstonden. Op het landgoed van dit kasteel slingeren prachtige gravelweggetjes door het achterliggende bos. Een prachtig gezicht. Hierdoor is de strook wel pittig; de bochtjes zijn scherp en het is goed opletten om niet weg te glijden. Gelukkig heeft iedereen dit door en sturen we foutloos door deze technische strook.

Nadat we, vol tegen de wind in, nog een lang stuk gravel over stoempen komen we bij het Apeldoorns kanaal aan. Aan de andere kant begint de Veluwe, maar voordat we daar zijn hoor ik iemand achter me roepen dat’ie een lekke band heeft. Het is Justin die helaas weer pech heeft. In het lentezonnetje is het gelukkig geen ramp om even stil te staan en wat te ouwehoeren, en na zo’n tien minuten inclusief een mini-fotoshoot zit er weer een nieuw binnenbandje in bij Justin.

De Veluwe op

Eenmaal het kanaal over komen we op een van de mooiste stroken aan; Den Texweg. Een fraaie gravelweg door het boerenlandschap, die halverwege wordt doorkruist door het oude spoor van de stoomtrein die er op mooie dagen langs rijdt. Deze combinatie zorgt voor een landschap wat meer doet denken aan Noord-Frankrijk dan aan Nederland en dat schreeuwt om een fotosessie. Erwin en ik laten de groep dan ook even terugkomen voor de nodige foto’s, waarbij Jip, een veelbelovend veldrijder bij de nieuwelingen, even zijn trukendoos opentrekt en wat wheelies en bunnyhops over het spoor doet.

Aan het eind van de strook nemen Terence en Dave al afscheid van ons. Ze komen beide uit Apeldoorn en gaan op de fiets terug, precies de andere kant op. Even later, als we het bos inrijden richting de Loenermark, zwaait ook Vincent af. Nog zes man sterk rijden we verder naar de Loenermark, waar het wegdek al lekker aan het stijgen is en al snel weer overgaat in gravel. Eenmaal op het hoogste punt stoppen we even om te genieten van het fantastische uitzicht, wat in combinatie met de lage zon voor een prachtig plaatje zorgt. Wat kan Nederland toch mooi zijn!

Ondanks de prachtige uitzichten beginnen mijn benen wel wat tegen te sputteren, en ik ben niet de enige. Samen met Stan komen we op de heuveltjes toch telkens wat achter te liggen, en ik merk dat ik echt niet meer harder kan. Na ruim 100 kilometer met de wind op kop en koers op de stroken is het beste er wel vanaf, en dat is ook niet gek. Stan besluit dan ook samen met Justin om ook ietsje eerder af te buigen zodat ze voor het donker thuis zijn. Met z’n vieren gaan we de een na laatste strook op, recht richting de ondergaande zon door de Deelerheide, waar de Schotse Hooglanders ons enigszins verbaasd aankijken, alweer een fenomenaal uitzicht!

Zodra we de rand van Arnhem bereiken gaan Mischa en Jip richting Oosterwijk, en draai ik samen met Erwin de allerlaatste strook op. Dat dit mijn allerlaatste energie is, merk ik aan alles, want ik kom absoluut niet vooruit en zie Erwin in de verte steeds kleiner worden. Ik neem nog snel een reepje in de hoop niet helemaal stil te vallen en rij rustig op mijn eigen tempo verder. Eenmaal van de gravel af is het nog niet voorbij; langs het Openluchtmuseum loopt het nog verraderlijk omhoog en ook dit doet goed pijn. Eenmaal boven aangekomen kan ik weer lachen, en Erwin ook.


Voor meer wielren nieuws, Tips & Tricks, leesvoer en de laatste magazines kijk op Ridersguide.nl. Wil je altijd up-to-date blijven? Klik dan nu hier en word abonnee van Wielrenblad en volg ons op Facebook en Instagram!

 van