09-07-2026 - Nieuws, Wielrenblad

Het Zwitserse kanton Vaud: gravelen met een panorama van witte Alpentoppen

De Mont Blanc staat bijna altijd als een baken van schoonheid op de achtergrond. We verkenden het Zwitserse kanton Vaud op onze gravelbikes. We reden door verlaten valleien, over uitdagende en minder uitdagende onverharde stroken. Over stevige cols, over glooiende heuvels en midden door wijngaarden. We ontdekten dat je Zwitserse toetjes moet prakken, wat een Malakoff is. En we gingen op de koffie bij een lokale, internationale fietsheld.

De zomer van 2008. Mijn rijbewijs heb ik een paar maanden, de auto, een oude Peugeot 309 met een onbekend aantal kilometers op de teller, een paar weken. Samen met goede vriend Tibor plan ik meteen een roadtrip richting een paar mountainbike-evenementen en gebieden. Te beginnen met het WK mtb-marathon in de Italiaanse Dolomieten. Ik ben net begonnen als schrijver voor een inmiddels niet meer bestaand mtb-magazine en ik heb voor het eerst een persaccreditatie geregeld.

De Peugeot laden we tot de nok vol, want de rest van de trip is vakantie en we gaan kamperen. Ik probeer zo weinig mogelijk mee te nemen, maar na een korte strijd mogen de zware weckpotten en andere koffiebenodigdheden die Tibor klaar heeft staan toch de achterbak in. Al drink ik zelf geen koffie, de Peugeot zakt toch al door zijn hoeven. Die paar kilo kunnen er ook nog wel bij. Omdat we al dat spul de Brennerpas over zeulen, probeer ik op een van onze eerste campings ook maar eens een kopje. Het blijft bij twee nipjes. Nee, niet lekker.

Ondanks de volle belading bereiken we redelijk soepel het WK en daar is het genieten geblazen. Sowieso omdat de Italianen het voor de journalisten goed geregeld hebben. In plaats van alleen maar goedkope, schrale campingmaaltijden voor onze gooitentjes, eten we tot onze grote verrassing een paar keer luxe hapjes in het lokale conferentiecentrum van Villabassa. Maar het mooiste is dat we dankzij onze pasjes zo’n beetje op de finishlijn van het WK kunnen staan.

Het draait uit op een eindsprint tussen de Zwitser Christoph Sauser en de Belg Roel Paulissen. Spektakel, want het gaat helemaal mis. Ze eindigen allebei in de hekken. Sauser staat als eerste weer op en gaat semiverdwaasd lopend over de streep. Het indringende en harde ‘Come on Sausi’, dat zijn teammanager richting hem schreeuwt, zal ik nooit vergeten. Paulissen strompelt wat later, met een gebroken stuur, over de streep. Hij krijgt later toch de regenboogtrui om zijn schouders, Sauser wordt gediskwalificeerd.

Koffie

Eind mei 2026 vertel ik dit verhaal rechtstreeks aan Sauser zelf in Horizonte, zijn eigen koffiebranderij in het Zwitserse skidorp Leysin. Het is de start van onze derde dag gravelen in het Franstalige kanton Vaud. Sauser, die de branderij na zijn indrukwekkende carrière is begonnen, gaat niet mee. Dat lijkt hem niet zo te deren; de mtb-legende woont hier en kan elke dag in deze prachtige omgeving fietsen. Dat hij door mij herinnerd wordt aan een van de dieptepunten uit zijn carrière? Dat lijkt hem meer te doen, zo lijkt het. Zijn gezicht betrekt een beetje. Oeps.

En dan moet ik ook nog eens de aangeboden koffie weigeren. Nee, dat kan ik niet. Stiekem heb ik me vooraf ook al voorgenomen om na achttien jaar opnieuw een drempel over te stappen. “Die trip naar het WK was ook de laatste keer dat ik koffie heb gedronken”, zeg ik tegen Sauser. “Maar ik wil het nu wel weer proberen.” Hij moet er gelukkig om lachen en maakt een niet al te zware cappuccino voor me. Die nip ik wél helemaal leeg.

Als ik heb vastgesteld dat het op zich best wel te drinken is, ik vraag me af of het aan de kwaliteit van de koffiebonen van Horizonte ligt, nemen we afscheid van Sauser en dalen we onder een stralende zon richting de voet van onze eerste beklimming van de dag. Daar voel ik, ondanks de koffie, de eerste twee ritten in de benen.

Château-d’Oex

We beginnen twee dagen eerder onze verkenning van Vaud in Château-d’Oex. We bereiken het sfeervolle dorpje via een adembenemende treinrit. De Golden Pass-panoramatrein doet zijn naam eer aan. Op mijn telefoon zoek ik naar de begintune van het tv-programma Rail Away. De vergezichten, de luxe trein met een glazen dak, de vraag of we iets te drinken willen; het is alsof ik midden in een aflevering zit.

Château-d’Oex is vooral bekend van het jaarlijkse ballonfestival. Wij gaan op een andere manier de hoogte in. Onze gids Lillie kent het gebied op haar duimpje. De lus van vandaag heeft ze uitgezet samen met haar man Alain, ook bikegids. We komen uiteraard om zoveel mogelijk te gravelen, maar de eerste klim gaat een kilometer of vijftien over asfalt. Al snel begrijp ik de keuze. In een verlaten vallei klimmen we via een smalle weg en met schappelijke percentages omhoog.

Het helpt dat de BMC Kaius 01 met zijn 50 millimeter Continental Dubnitals als een racefiets aanvoelt, en dat de uitzichten, hallo besneeuwde toppen, prachtig zijn. Boven stoppen we bij een zelfbedieningswinkeltje. Lokale producten, koffie, eventueel een colaatje: zelf pakken, zelf afrekenen aan de zelfscankassa. Zoiets kan alleen in Zwitserland.

De route wordt daarna meer gravel, al is een smal pad door een Alpenweide op een paar plekken wat te ruig. Via de volgende goed lopende klim krijgen we nog een stevig toetje: eerst een trail langs een bergwand die, met samengeknepen billen, grotendeels te rijden is. Daarna een perfecte gravelklim, ware het niet dat het percentage over een kilometer of twee niet onder de vijftien procent komt. Oef.

Herstelvoeding is daarom belangrijk. Eten doen we in een klein restaurantje. Een oud pand, hout aan de wanden, houten banken: het ademt bergen. Toch prakken we het toetje zoals wij Nederlanders hun aardappels met groente en jus eten. Alleen gaat het nu om een delicatesse: meringues de la Gruyère. Knapperige schuimgebakjes met dubbele room van koeienmelk uit de regio Gruyère. En het is de bedoeling. Kapotmaken en door elkaar mengen is the way to go. Smullen!

Alpes Vaudoises

Het is welkome energie voor de rit van een dag later. Vanuit Château-d’Oex leidt Lillie ons, ik ben op pad samen met fotograaf Merlijn en ex-veldrijprof Sophie de Boer, via een paar stevige klimmen richting Leysin. Eerst rijden we nog door het mondaine skidorp Gstaad, dat overigens net in het kanton Bern ligt en daardoor niet Frans-, maar Duitstalig is. Vanwege het aanwezige vliegveld is het traditioneel een toevluchtsoord voor de happy few van de wereld, waaronder veel Hollywoodacteurs. Zij kunnen lekker anoniem skiën en shoppen daarna waarschijnlijk in de winkelstraat vol luxe shops.

We pakken een brede asfaltweg richting de top van Col du Pillon. Opnieuw een begrijpelijke keuze, vanwege de blik op een immens bergmassief, het goed te rijden asfalt en het weinige verkeer. Via de pas kun je zo de gondel instappen voor een tripje naar Glacier 3000, met ongetwijfeld een mooi uitzicht op de Tsanfleuron- en Diablerets-gletsjer. Dat laatste slaan wij over. Wij slaan rechtsaf, klimmen nog iets verder over een smallere asfaltweg en ploffen daar neer in een typisch Zwitsers bergrestaurant. De meringues van gisteren zijn wel weer verbrand, tijd voor weer een lekker stuk taart.

Daarna golven we over afwisselend gravel door een adembenemend berglandschap. We tappen vers bergwater bij een paar kleine houten hutjes en voelen vervolgens onze benen branden op het grove karrenpad dat meteen daarna begint. Soms waan je je in een afgelegen landschap waar nooit iemand komt, soms merk je dat hier in de winter volop geskied wordt. De route van Alain en Lillie heeft opnieuw een stevig einde voor ons in petto. Eerst werken we aan onze balans en techniek op een wandelpad omhoog. We ontkomen niet aan een paar stukjes lopen. Sophie overweegt zelfs net als tijdens haar carrière de fiets te schouderen. Daarna dalen we over een skipiste Leysin in. Pijn in de armen van het remmen!

In Hotel Le Grand Chalet is het deze periode lekker rustig. De sauna en jacuzzi mét uitzicht hebben we bijna voor onszelf. Het is haast jammer dat we de volgende ochtend alweer weggaan. Met ons bezoek aan de branderij van Sauser nemen we daar dan ook de tijd voor. Tussen ons en de volgende stop Villars-sur-Ollon ligt één lange klim, met richting de top, en zeker in de afdaling, een paar mooie onverharde stukken.

Bij het Lac des Chavonnes net voor de top waan ik me in Canada, niet dat ik daar ooit geweest ben, maar een paar kilometer later blijkt dat we toch echt in Zwitserland zijn. Boven op de Col de Bretaye komen we Champagne tegen, een rustige en vriendelijke sint-bernardshond. Niet veel later stoppen we op een gravelpad met panorama om naar het uitzicht te kijken. Tussen de witte bergtoppen in de verte torent de Mont Blanc hoog uit.

WK Gravel

We bereiken Villars via een pad dat lijkt op een aangelegde mtb-trail. Het blijkt voor berg-gokarts te zijn. We stoken de remmen van onze BMC’s heet. Lillie neemt ons vervolgens mee naar ‘de beste bakker van de regio’. Het rondje was wat korter. Sophie en ik maken ons daarom op voor een extra lusje: de omgeving nodigt te veel uit. Het is de moeite en die broodjes waren nodig. Ik kom terecht op een klim van de UCI Gravel World Series die hier jaarlijks wordt gehouden. In 2029 is hier zelfs het WK.

Een pittig parcours, concludeer ik een dag later als we op weg richting Aigle, ja, dat van het UCI-hoofdkantoor, weer stukken van die wedstrijd rijden. De deelnemers zullen dan wat minder oog hebben voor de vergezichten dan wij. Het beeld van de Mont Blanc verveelt geen moment. Na een afwisselende route, onder meer over de Col de la Croix, dalen we af richting het brede dal waar we de hele tijd in kijken. Wijnranken nemen het landschap over, we rijden er zelfs midden doorheen. Eenmaal beneden is het na het vele klimwerk ook wel lekker om wat kilometers over vlak, ‘Goois’ gravel weg te malen.

Nyon

De bestemming is het station, waar we in de trein stappen richting Nyon. Dat ligt tegen de Jura, aan het Meer van Genève. Of Lac Léman, zoals de Zwitsers het zelf noemen. ’s Avonds eten we daar op het terras van Chez mon Oncle in het gezellig drukke Quartier de Rive een oer-Hollandse kaassoufflé. Oké, dat is wat oneerbiedig. De Malakoff, een lokale lekkernij, is wel wat specialer dan de Hollandse gefrituurde kaashap die ik voor het laatst tijdens het Brabantse carnaval heb gegeten. Een stuk lekkerder ook.

Waar de naam vandaan komt, een Russische generaal, een overwonnen fort, is niet helemaal duidelijk, dat de Malakoff populair is wel. Een dag later rij ik op onze route tussen de wijngaarden en kastelen bijna een serveerster met een dienblad vol Malakoffs van haar sokken. Hoewel de temperatuur richting de dertig graden gaat, moet ik moeite doen er niet één van het blad af te pakken.

Voor het eerst zijn we niet met Lillie, maar met haar man Alain op pad. Het grappige: waar hij de vorige dagen onze route uittekende en er zelf niet bij was, rijden we nu, nu hij er wel bij is, een rondje van gravelexpert Kevin Boscardin, die in de streek woont. Alain verontschuldigt zich vooraf al dat hij ook zo nu en dan op zijn gps moet kijken. Dat we amper 200 meter nadat we bij het hotel wegrijden al een verkeerde afslag nemen, is hem vergeven.

Lachend rijden we verder, een stuk boven en ‘parallel’ aan Lac Léman. Het ligt er deze zaterdagochtend rustig bij. Alleen een enkel vissersbootje en de karakteristieke witte boot naar Frankrijk, aan de overkant, zorgen voor rimpels in het water. Via paadjes door bossen en gravelwegen over open velden klimmen we gestaag. Het benadert niet het klimwerk van de afgelopen dagen, toch is ook hier de Mont Blanc vaak in zicht. Van deze kant, met op de voorgrond het helblauwe meer, misschien nog wel indrukwekkender.

Sowieso hoef ik me onderweg niet te vervelen. De afgelopen dagen introduceerde Sophie me in een spelletje dat ze met haar gezin doet: spot de buizerd. Oftewel: één punt voor wie de roofvogel als eerste ziet zitten, twee voor wie er een ziet vliegen. In de Alpen zagen we ze al veel, maar vandaag komen we ogen tekort en raken we zelfs de tel kwijt. Het zegt veel over het natuurschoon hier.

Omdat het een zaterdag met stralend weer is, zijn ook veel locals aan het genieten. Sommigen doen een wijntour, de Caves Ouvertes Vaudoises is dit weekend, een bekend wijnevenement, en op de weg spotten we enkele fietsgroepjes en veel wandelaars. Alles gaat gemoedelijk. Een jonge gast die zijn hondje uitlaat, doet niet alleen rustig een stap voor ons opzij, maar haalt ook de muziek uit zijn oren om ons te groeten. Be nice, say hi en heb respect voor elkaar op de paden: Zwitserland ten voeten uit.

We fietsen op en af, zonder extreem lange klimmen. We passeren een bijzonder militair verdedigingswerk, de Toblerone-linie. Wie erlangs rijdt, hoeft niet lang na te denken over waar die bekende naam vandaan komt. We eindigen de rit bij Tête de Course, het lokale wielercafé. Het ademt de sfeer zoals je die ook bij veel Nederlandse fietshotspots ziet. Deze is trouwens zo populair dat het in het weekend geen kwaad kan om te reserveren voor je lunch. Daarna is er nog ruimte voor een ijsje bij ons hotel, La Maison du Lac, aan de kade van het Lac Léman.

Dat doen we meteen voor een dag later. We hebben nog één vrije ochtend voor onze trip terug. De ons aangeboden wijntour laten we, verstandig als we zijn, aan ons voorbijgaan. We pakken onze rust, maken nog een kort rondje op onze BMC’s en verzamelen daarna bij Tête de Course. Eigenaar Philipp ontvangt ons opnieuw hartelijk. Hij vertelt over Liberté & Patrie, een gravelultrarace die bij het café finisht. Met als het goed is, alle deelnemers tegelijk. Dat is namelijk de insteek van deze wedstrijd. In het kort: je bepaalt zelf je vertrektijd, mag de laatste 45 kilometer niet meer stilstaan en moet zo stipt mogelijk op de finishtijd over de streep bollen.

“Het belangrijkste is namelijk dat je na afloop met z’n allen samen kunt nagenieten, dat je niet allemaal afzonderlijk finisht”, legt Philipp uit. Het spreekt ons wel aan. Het is een mooi excuus om eens terug te keren naar Vaud. Net als de Gravel World Series in Aigle. En uiteraard de grote hoeveelheid schitterende gravelpaden. En voor mezelf: een tweede kopje koffie bij Christoph Sauser.

Vaud

Vaud is het meest westelijke kanton van Zwitserland. Het is Franstalig, de hoofdstad is Lausanne. Het Meer van Genève, Lac Léman, ligt centraal, en dat is al lang het geval. Zo werd Nyon al twee millennia geleden gesticht door de Romeinen. In die omgeving is het heuvelachtig, met stevige toppen van de Jura in de buurt. Richting Wallis heeft Vaud ook de echte Alpencols, de Alpes Vaudoises. Aan de voet ligt Aigle, bekend als hoofdkwartier van de UCI. Die verschillende karakteristieken maken Vaud geschikt voor alle soorten graveltochten.

Onze gids Alain Rumpf is de gravelexpert van het kanton. Op vaud.ch maakte hij een overzicht van alle gebieden, met tips en routes. Een tip krijg je alvast van ons: monteer een bergverzet op je gravelfiets. Zeker als je met bagage op pad gaat. Tijdens onze verkenning werd onze bagage vervoerd.

Meer lezen?

Het Zwitserse kanton Vaud is een van de meest diverse regio’s in Zwitserland, zoals je kunt lezen in dit artikel op onze website. De routes in Vaud zijn te vinden als collectie op Komoot via deze link, zodat je deze zelf kunt rijden!

Meer informatie?

Wil je meer weten over deze prachtige fietsbestemming, de regio Vaud en de evenementen? Dan kan je op onderstaande websites terecht.

 van