12-02-2026 - Kitesurfen, Leesvoer, Skiën, Leesvoer

Into the great white open

Op kite-ski-expeditie in het Noorse Hardangervidda

Kiten gecombineerd met skiën: een combinatie die we in het natte, tegenwoordig veel te warme Nederland niet snel tegenkomen. Ook ontberen we de ruimte om op het land grote afstanden af te leggen op deze manier.

Tekst & beeld: Sander van Dam

Hoe kom je als bewoner van ons vlakke land hiertoe? Een jaar of zes geleden (ik was toen 41) zocht ik een sportieve uitdaging, althans: ik wilde, voor ik mezelf te oud zou vinden voor grote sportinspanningen, nog iets moois doen in de outdoorwereld. Naar de Zuidpool, dat leek me wel wat, of Antarctica of Groenland oversteken. Niet gehinderd door enige kennis ben ik me hierin gaan verdiepen. Zoiets kan langlaufend of per kite-ski; in beide gevallen trek je een pulka (een slee waarop al je uitrusting ligt) achter je aan.

Omdat ik fervent windsurfer ben, leek het me geweldig dit met de wind te doen. Omdat de kite daarvoor meer geschikt is dan een windsurfzeil besloot ik me op de kite te richten. Het is meer een reismethode dan een sport: je gebruikt de wind om je voort te trekken over vlaktes of door heuvels met als doel een bepaald traject af te leggen. Je hoeft dus geen moeilijke trucs te kunnen met je kite, maar wel stabiel en betrouwbaar kunnen kiten in alle omstandigheden. Een goede vriend leerde me kiten en ik schreef me die winter meteen in voor een ‘polar training course’ in Noorwegen, waarbij je leert winterkamperen en jezelf redden in deze vijandige maar prachtige omgeving. Ik volgde ook trainingen op het gebied van kite-skiën, navigeren en EHBO zodat ik veilig zonder gids het gebied in zou kunnen. Ik plaatste een berichtje op Facebook om mensen te vinden voor een Groenlandoversteek; dit is een goede voorbereiding als je ooit een Antarctische kite-ski-expeditie zou willen ondernemen. Via dit bericht ben ik in contact gekomen met Thomasz, een Pool die eenzelfde doel ambieert. Trainen hiervoor kan ideaal in Noorwegen. Vorig jaar hebben we in zeer matige omstandigheden een eerste eigen expeditie gedaan. Dit jaar was het tijd voor een tweede self-supported expeditie op de Hardangervidda, een van de grootste hoogvlakten in Europa (gemiddeld zo’n 1200 m) en met een hele lange winter. Het vroege voorjaar is perfect voor dit gebied omdat de dagen alweer wat langer worden en de hele scherpe koude er wel een beetje af is (al zijn nachten met -20ºC geen uitzondering). Dyranut, een hut in het gebied langs de weg nr. 7 van Oslo naar Bergen die de Hardangervidda doorkruist, was ons startpunt. Hieronder lees je het verslag.


“EEN GEMIDDELDE SNELHEID VAN 2,5 KM PER UUR IS AL HEEL WAT.”


Zondag 6 april

helder weer, 21–28 knopen wind, -6ºC — Koers: ZW — Start: Dyranut — Eind: Olavsdalen — Afstand: 62 km

Na een goede nacht slaap de zondagochtend gebruikt om de pulka’s in te pakken. Alles nog twee keer nagelopen: hebben we niks vergeten? Voldoende eten, brandstof, kleding, reservedelen? Check. We hebben onze auto’s op het kleine parkeerplaatsje aan de weg gezet dat sneeuwvrij gehouden wordt en de exacte locatie in onze GPS geprogrammeerd zodat we de auto ook bij slechter weer terug kunnen vinden. Het waaide behoorlijk, dus we konden allebei met onze 7m starten. We hebben bewust beiden voor een verschillende bevestiging van de pulka’s gekozen: Thomasz heeft twee buizen van een meter of drie kruislings vanaf zijn kiteharnas naar de pulka’s lopen en ik ‘sleep’ mijn pulka’s achter een touw van een meter of vijf. De voor- en nadelen van beide methodes zullen ons gedurende de reis duidelijk worden. Na een paar lange rakken in de buurt van de parkeerplaats gemaakt te hebben voelen we ons comfortabel genoeg om koers te zetten richting Harteigen, een kenmerkende berg in het gebied die we graag eens willen zien.

Het gebied rond Dyranut is vrij heuvelachtig, dus al snel was er van de weg niks meer te zien en waren we in niemandsland—althans, zo voelde het. Het is weer even wennen met de pulka’s. We dalen eerst een stuk af naar een lager gelegen deel en skiën best ver uit elkaar om elkaar de ruimte te geven. Met één hand kunnen we al kitend de portofoon bedienen die in onze jaszakken zit en we spreken af even te stoppen. Het is handig als één van ons de lead neemt en de ander volgt; dit wisselen we dan om het dagdeel af.

Dan bereiken we een groter relatief vlak deel van het gebied. We kiten zo’n 150 meter van elkaar af en houden een strakke koers ZW aan. De zon staat nog hoog aan de hemel en de wind laat fijne ijskristallen opwaaien die voor een tinteling op je wangen zorgen. Aangezien we ons inmiddels behoorlijk aan het inspannen zijn, geven de reflecties van deze kristallen de omgeving een magisch gezicht.

We volgen die koers een hele tijd met een goed tempo, als ik op een gegeven moment een derde kite in mijn ooghoek ontwaar. Andrzej, een van Thomasz’ vrienden, is ons achterna gekite en maakt met één hand foto’s en film. Ik moet even schakelen omdat ik helemaal in mijn flow zat: de wind die om je oren suist, het zachte sissen van de ski’s die door de sneeuw schuiven… en een hele verre horizon. ‘Hey, how are you?’ hoor ik hem schreeuwen. ‘I’m ok!’ schreeuw ik.

‘You can make nice memories now,’ zei hij terwijl hij verder filmde. Dat klopt, dacht ik: bij dit soort avonturen schiet het maken van mooie actiefoto’s er vaak bij in. Supertof dat hij ons gevolgd is.

Na een klein half uurtje keert hij om. De dag is al aardig op zijn eind aan het lopen en hij moet voor het donker terug in Dyranut zijn. Wij kiten door want de wind is nog goed.

Na 62 km stoppen we in de buurt van Harteigen, een bijzondere berg in het landschap die we eens wilden zien. We zijn dan al lang het vlakke gebied uit en het laatste uur gaat het continu op en af. Sommige stukken zo steil dat we voortdurend kiteloops maken om ons omhoog te krijgen. De pulka’s zijn nog vol (zo’n 65 kg per persoon): bergop merk je dat wel. Met een sterk afnemende wind is verder gaan op een gegeven moment geen optie meer.

Om 19.30 maken we ons kamp. Het is ongeveer licht tot 20.30 en we staan prachtig tussen de heuvels. Het is nu bijna windstil en de temperatuur gaat onderuit tot -15ºC. Gelukkig zijn we goed voorbereid. We hebben een rustige nacht. Als ik naar buiten ga om te plassen zijn er ontelbare sterren en is het doodstil… Ook onze telefoons hebben hier geen bereik, dus je bent echt even weg.


“SOMMIGE STUKKEN ZO STEIL DAT WE VOORTDUREND KITELOOPS MAKEN.”


Dinsdag 7 april

strakblauw, 0–3 knopen, -15ºC → +2ºC — Koers: NW, later ZW — Start: Olavsdalen — Eind: Harteigen — Afstand: 17 km

Maandagochtend begint met een stralende zon en geen zuchtje wind. Na de routine van sneeuw smelten voor ons ontbijt en drinken gedurende de dag, pakken we onze tenten in. Thomasz heeft een windmeter bij zich, maar die vertelt ons wat we al voelen. De kites kunnen in de pulka’s blijven.

We zien op de kaart dat we niet ver van Harteigen zijn, zo’n 17 km, en besluiten dat te lopen. Het is wel even schakelen na een vliegende start op de kite de vorige dag. Het langlaufen met een pulka achter je aan heet dan ook ‘manhauling’: een treffende term. De voor het kiten lekker stabiele set-up van twee pulka’s naast elkaar geeft nu juist extra weerstand. De ski’s gaan in toerskistand, we voorzien ze van stijgvellen en trekken maar. Een gemiddelde snelheid van 2,5 km per uur is al heel wat: een goede cardio-oefening is gegarandeerd.

Het is ronduit warm in de middagzon, wat prachtige plaatjes oplevert maar ook trage sneeuw. Het goed lezen van de kaart en navigeren bepaalt nu of we een draaglijke dag krijgen of dat het afzien wordt. Hoogteverschillen zoveel mogelijk vermijdend volgen we een bevroren riviertje NW tot we echt ZW moeten afbuigen om nog goed uit te komen. Het landschap is inmiddels glooiend en niet meer echt steil. Prima te doen. We maken kamp met een mooi uitzicht op de berg. Thomasz, als fervent toerskiër, pakt de kans om de berg nog verder op te trekken zonder bagage. Ik houd het voor gezien en maak een comfortabel kamp. Die avond houden we bonte avond in Thomasz’ tent: Thomasz heeft Poolse wodka bij zich en ik een flesje whisky. Na de inspanningen van vandaag een welkome afwisseling op ons expeditierantsoen. De vermoeidheid zit er goed in; normaal is het nog even lezen of een muziekje luisteren voor het slapen, maar na het borrelen kunnen we niet wachten tot we ons kussen raken.

Woensdag 8 april

Strakblauw, 0–21 knopen, -12ºC → -3ºC — Koers: Oost — Start: Harteigen — Eind: Bjornesfjorden — Afstand: 60 km

Na een goede nacht moeten we weer manhaulend beginnen, een kilometer of 10 voornamelijk langs een riviertje. Dit riviertje en meerdere stroompjes moeten we oversteken; deze zijn al aan het ontdooien, dus we moeten opletten om geen nat pak te halen. We komen kort na DNT Sandhaug (een van de hutten in het gebied) weer op vlakker terrein waar een windje staat. Voldoende om de 11 m Ozone Hyperlink V2 op te laten. Het is net aan, maar de snelheid ligt al gauw boven wat we lopend doen.

Na het vlakke stuk volgt een steile, ijzige afdaling. Hier blijkt het pulkasysteem van Thomasz (twee buizen kruislings naar het harnas) beter te werken dan mijn touw. Mijn pulka haalt me steeds in omdat ik rustig probeer af te dalen; ik word een paar keer onderuit getrokken of omver gekegeld en sta allang niet meer relaxed. Ook omdat de wind tegen dit steile bergdeel omhoog waait en inmiddels aan de sterke kant is voor de kite. Na vijf, zes keer stoppen ben ik beneden.

Die avond kamperen we naast een half ontdooid riviertje. We hebben nu water om te drinken zonder sneeuw te hoeven smelten en kunnen ons een beetje wassen. Mooi stekkie.

Donderdag 9 april

Strakblauw, 0–21 knopen, -10ºC → -2ºC — Koers: Oost, daarna NW — Start: Bjornesfjorden — Eind: Skuleviknuten — Afstand: 120 km

Die ochtend doen we het rustig aan: we staan mooi bij het riviertje en in de middag is goede wind voorspeld. Wat wel zorgelijk is, is dat morgen een depressie overtrekt met mogelijk heel harde wind. Zorgen voor morgen. Rond 12.00 is de wind voldoende en kiten we eerst met onze 11 het grote meer Bjornesfjorden over. Aan de overkant duiken we de heuvels in en hebben al gauw een prachtig uitzicht over het meer. Je kan goed zien dat het warmer wordt; op sommige stukken is er open water. Uit de buurt blijven is het devies.

Terug op het meer merk ik dat de wind plots instabiel is. Op sommige stukken trekt de kite lekker door om 200 meter verder weer stil te vallen. Mijn kite valt op een gegeven moment uit de lucht en ik zie Thomasz een stuk verderop stilstaan; hij lijkt zijn kite niet onder controle te hebben. Plots komt er een rukwind die hem met zijn pulka’s een stukje omhoog de lucht in trekt. Hij landt gelukkig goed, verliest een ski omdat deze in een van de buizen aan zijn pulka bleef hangen en komt met de schrik vrij. Het ging zo snel dat hij zijn safety niet kon trekken—gelukkig liep het goed af.

Na dit incident kiten we de heuvels weer in waar de wind stabieler lijkt. Omdat de wind aanblijft, kiten we door tot het donker wordt. Het is bijna volle maan en het landschap is onwerkelijk mooi. Aan de ene kant de zon die langzaam zakt en aan de andere kant de maan die al op is. Het lijkt buitenaards. We passeren een van de hoogste punten van het gebied en je kijkt vandaar uit in alle richtingen. Niks dan wit, rotsen en heuvels. We zijn nu echt midden in het gebied en het ziet er geweldig uit. Qua afstand is dit de beste dag: we tikken moe en voldaan af met 120 km op de teller. Het is al bijna donker. Die avond maken we kamp in de buurt van een hut, ook omdat de voorspellingen voor morgen erg onzeker zijn en als het echt gaat stormen we liever veilig staan.

Vrijdag 10 april

bewolkt → white-out, 5–10 knopen → 40–50+ knopen, -4ºC → +2ºC Koers: NW — Start: Skuleviknuten — Eind: Dyranut — Afstand: 45 km

We staan laat op omdat we ook laat gingen slapen en moe zijn van de dagen hiervoor. De voorspelling is weer veranderd: gaf hij gisteren nog harde wind in de ochtend aan, nu is het zeer rustig. Stilte voor de storm, want in de middag gaat het los. We moeten hemelsbreed nog 12 km naar de P waar onze auto’s staan en twijfelen wat we moeten doen. We wagen de gok en na het inpakken proberen we onze kleinste kites op te laten. Dit lukt, maar als de wind echt doorkomt heb ik een supernerveuze, overpowerde kite boven mijn hoofd staan. Onze koers is pal tegen de wind in; dat is ons geluk, want opkruisen gaat wel als je de kite maar consequent aan de rand van het windvenster houdt. Ik moet er niet aan denken downwind te gaan in deze omstandigheden. Het terrein helpt ook een beetje mee en glooit omhoog. Na een paar kilometer voelen we ons comfortabel genoeg met de situatie.

Zicht is wel een probleem; dat neemt af tot 100 meter of minder. Het is echt een white-out en we spreken af dat we elkaar op korte afstand volgen. Ik kite achter Thomasz aan en zo nu en dan kitet hij buiten mijn gezichtsveld en ben ik even alleen in een witte soep met een razende wind om mijn oren. Mijn eigen kite is soms amper te zien. Toch kom ik nu ook in een soort ritme en stuur op gevoel. We kiten door een vallei, een soort enorme halfpipe, waardoor de koers vrij makkelijk aan te houden is.

Uiteindelijk bereiken we de weg, niet op het punt waar onze auto’s staan maar een kilometer verderop. Nu zijn we in ieder geval veilig in de beschaving. Het stukje ruime wind naar de auto’s valt echter niet mee—het waait gewoon te hard—maar uiteindelijk zijn we weer op plaats van vertrek.

Na onze auto’s uitgegraven te hebben rijden we moe maar voldaan naar een fijn warm appartement met een douche. Daar worden we beiden erg blij van op dit moment.


Wil je op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes? Volg ons dan op Instagram en Facebook! Benieuwd naar boeiende en interessante blogberichten over kitesurfen? Klik hier! Wilt u ook graag abonnee worden van onze Access Kiteboard magazine? Klik dan hier.

 van