Max de Vries
De vliegende Fries
Max de Vries (26) groeide op tussen de weilanden van Friesland, maar voelde zich het meest thuis in de lucht boven big-air schansen en urban rails. Niet onsuccesvol voor een Hollander. Hij behaalde afgelopen jaren World Cup-podiums en X Games-startbewijzen met zijn huge airs en technische rail-combo’s. De sympathieke Fries woont tegenwoordig in Helsinki met z’n zwangere Finse vriendin Sofi.
Woord en beeld Lenn Verjans
Hoe was je eerste keer snowboarden?
“Met mijn elfde ben ik voor het eerst naar Montana indoor snowcenter gegaan. Ik kreeg les en daarna zag ik op de piste een box staan. Ik knalde er meteen overheen. Wessel en Bente van Lierop, Kas Lemmens), Hein en Vince Smolders (geen broers red.) waren meteen hyped omdat ik een random figuur was die zomaar over die box heen ging. Ik werd meteen uitgenodigd om volgend weekend weer te komen. Daarna wilde ik niks anders meer.”

Ik weet nog goed hoe je bij een van de Skullcandy Rail Battles opdook als klein manneke met een strakke roze broek en een flinke bag of tricks. Hoe waren die begindagen in Montana?
“In het begin hadden we niet eens een rail. Alleen boxen en jibben. Ik weet nog goed dat we de eerste flatbar kregen — toen ging het los met tricks uitproberen. Ik was elf en in minder dan een jaar tijd had ik back 180’s enzo geleerd.”
Ik realiseerde me destijds niet dat dat zó snel ging met jouw skills.
“Ja, ik ben mijn ouders dankbaar. Die reden me daar altijd heen. Ik bleef in Montana van twee uur ’s middags tot sluitingstijd om elf uur. Dan kan je aardig wat rondjes maken.”

Grappig dat je zelf al over je ouders begint — die waren echt overal altijd bij.
“Ja man, ik ken verder niet zo veel ouders van snowboardmaatjes die zoveel moeite deden – en zo veel rondreden – om hun kind met een smile te zien. Als andere maatjes geen auto hadden, haalden mijn ouders hen ook op zodat ze mee naar de indoorhal konden. We waren zo afhankelijk toen.’
Hoe was je als kind op school?
‘Ik had het lastig. Ik was klaar met m’n hobby’s. Ik was eigenlijk best een somber kindje vóór het snowboarden. En mijn ouders wilden niks anders dan mij gelukkig zien. Dat gaf snowboarden mij. Dus deden zij alles voor het snowboarden. Ik ben zó dankbaar.”
Dat staat me nog zo goed bij, die big smile op die little guy.
“Ik raakte gewoon in trance tijdens het snowboarden en kreeg die lach niet van m’n gezicht af. Maakt niet uit hoe vaak ik onderuitging, die lach bleef. Vanuit de scene was er geen competitiedrang; mensen wilden elkaar gewoon pushen. Bij voetbal wilde iedereen beter zijn dan de ander, bij andere sporten idem dito. Bij snowboarden zijn mensen gewoon hyped en pushen elkaar to the limit. Geen boze ogen, niemand praat slecht. Oké, je hebt af en toe wel haters — een beetje haten kan ook wel als je een Zeach (slechte slide red.) maakt.”

Haha, ja dat is toch gewoon een soort positieve kritiek?
“Ja precies, daar word je beter van. Natuurlijk maak je er een grapje over, maar uiteindelijk weet je zelf dat je die truc niet goed genoeg doet.”
Wie waren jouw inspiratiebronnen in die tijd?
“Jed Anderson. Ik keek zijn part elke dag. Jake OE. Videograss. Wessel stuurde mij al die video’s via Hyves. Hij stuurde me de hele tijd links. Dat was in het eerste halfjaar. Daarna ging ik naar theMustachio, Tacky en YoBeat om alle video’s te checken.”
Op een gegeven moment kwam je in de Nederlandse selectie en draaide je zelfs mee op Papendal. Hoe was die tijd?
“In het begin heel sick. We waren constant op reis. Het was gewoon de beste manier om zoveel mogelijk te snowboarden. Totdat ik m’n enkelblessure kreeg. Toen zag ik iedereen snowboarden maar kon het zelf niet meer. En dat duurde zó lang. Ik had nooit echt ambitie om World Cups te doen of naar de X Games te gaan zoals de rest van Team NL. Ik wilde gewoon zoveel mogelijk over de beste schansen vliegen. ”

Dus je was eigenlijk een buitenbeentje?
“Ja. Ik weet nog dat we op trip waren en ik in de lift zat terwijl het hard sneeuwde en waaide. Ik zei tegen m’n trainer: “Wat zijn we eigenlijk aan het doen hier? Kom, we gaan rails rijden.” Waarop hij antwoordde: “Nee, vandaag gaan we aan je front 3 werken. Dan wordt je set-up turn beter.” Ik begon gewoon te huilen. Daarna moest ik dus de hele tijd front 3’s oefenen.”
Serieus?
“Ik dacht echt: hier snowboard ik toch niet voor? Ik was altijd meer voor de hype. Als ik een front 7 landde, wilde ik meteen een front 10 proberen. Ik ga die front 7 dan niet nog tien keer doen. Ik doe liever één keer gekke shit dan normale shit consistent. Ik weet niet precies waarom ik zo was — ik wilde gewoon altijd kijken hoe ver ik kon gaan.”
Ik snap dat er met zo’n trainer spanning kan ontstaan.
“Toen ik net weer kon snowboarden, nadat ik nog een enkeloperatie had ondergaan, kwam ik ter evaluatie bij bondscoach Wopke de Vegt op gesprek. Ik was toen trouwens net begonnen met drinken en blowen. Hij was duidelijk: “Als je zo doorgaat, scheiden onze wegen zich hier.” Ik keek naar m’n vader die naast me zit, begon te lachen, keek naar Wopke: “Ik denk dat onze wegen zich hier scheiden.” Ik schudde hem nog netjes de hand en ben zo vertrokken.”
Als extreem jong mannetje liep jij al rond op premières en Rock a Rail-afterparties. Drank en drugs waren overal. Hoe ervaarde jij dat destijds?

“Ik zag gewoon dat mijn vrienden plezier hadden. Iedereen daar was achttien plus en alcohol was normaal. Zelfs al was de rest helemaal bezopen, ik had dat niet eens door. Ik had precies dezelfde lol zonder bier”
Een van jouw eerste echte filmtrips was naar Litouwen. Jij vloog als 13-jarige alleen naar Vilnius waar we je ophaalden. Best insane op die leeftijd.
“Eerste keer alleen vliegen. Skullcandy-backpack, Special Blend-jas aan. Gerben Verweij, Tim Schiphorst, Cees Wille en jij op het vliegveld. Voor mijn gevoel was dat heel natural. M’n ouders zeiden gewoon: als er iets is, bel je maar. Ik was niet bang, maar voelde me wel een grote jongen.”
Jij wordt binnenkort ook vader.
“Ja, een deze dagen. Ze is op 18 november uitgerekend.”
Ben je je aan het voorbereiden op het vaderschap?
“Ik leef gewoon in het moment. Ik kijk niet te ver vooruit, niet achteruit. Ik visualiseer wel hoe het is om een kind te hebben. Het gaat tot nu toe gelukkig allemaal goed. Je kan je toch niet echt voorbereiden. Elk kind is anders — je weet het nooit.”
Wil je op de hoogte blijven van leuke nieuwtjes? Volg ons dan op Instagram en Facebook. Benieuwd naar vette blogberichten uit het SOUL Magazine? Klik hier!