Graveltocht in de Ardennen

De zomer is voorbij en Fietsen door de natuur van heuvelachtige, uitgestrekte buitenlanden zal dus weer een tijd op zich laten wachten. Hoewel, één ochtend vroeg opstaan blijkt voldoende om jezelf weer van een flinke dosis levensgeluk te voorzien. Wilco Dragt en Willy van der Kamp stapten in de auto naar de Ardennen voor een graveltocht door de Hoge Venen.

Om half zeven die ochtend manoeuvreren we behoedzaam de auto uit een nog stille woonstraat. Alles om ons heen slaapt nog, en dat willen we zo houden. De bestemming voor vandaag: de Belgische Ardennen. Vanaf Coo, vlakbij Stavelot, zullen we de Hoge Venen op rijden; onze eerste graveltocht in Belgische Ardennen. Het is een verkenning voor een latere bikepacking tocht. Via Instagram hebben we Le Coffee Ride gevonden, een fietshotel en -café. Op de website staan allerlei fietsroutes, voor de racefiets, de MTB en ook om te gravellen. Van die laatste hebben we er één uitgezocht, dwars over de Hoge Venen naar Baraque Michel en weer terug. Een rondje van 70 km met ruim 1.000 hoogtemeters.

Een graveltocht en koffie horen bij elkaar. Bier en gravellen trouwens ook, maar dat is voor later. Met de prettige nasmaak van goede koffie nog in onze mond stappen we op. We gaan meteen klimmen, zonder opwarming, dat had ik al gezien. Maar wat ik niet heb gezien is hoe we gaan klimmen. Over een asfaltweggetje gaat het omhoog. Binnen 100 meter geeft de Garmin 10 procent aan, een paar honderd meter verder wordt de 1 vervangen door een sadistische 2. Mijn koude spieren schreeuwen, mijn hart bonkt om die 20 procent weg te duwen. Net nadat het stijgingspercentage wat is gezakt, verlaten we het asfalt, naar het eerste gravel van vandaag. Dan linksaf een wortelpad op, met nog steeds 8 a 9 procent op de teller. Dit is technisch! Meer iets voor een MTB, maar het lukt, hoewel soms maar net. De verlossing komt van wederom een gravelweg. Het blijft echter stijgen, nog steeds. Na 2,5 km staan we hijgend op een grashelling, ruim 200 meter hoger dan vanwaar we vertrokken zijn, met een magnifiek uitzicht op het meer van Coo en de vallei onder ons. Wat een begin van de graveltocht in de Ardennen.

Meanderend, soms licht omhoog lopend dan weer licht omlaag, rijden we over gravelwegen door de dichte Ardense bossen. Het grind knispert vrolijk onder onze banden. We zijn alleen, er is niemand te zien. Boven ons hangt een dreigende lucht en in de verte valt regen. Houden we het droog? Op een paar druppels na lukt dat, veel beter dan voorspeld was. We kijken elkaar aan en lachen. Dit is gravellen in optima forma. Dit is fietsen zonder drang en dwang, zonder Strava-segmenten, zonder vergelijken van gemiddelde snelheden, dit is vrijheid! Nergens aan denken, alleen maar lekker trappen in een prachtig landschap.

Langzaam wordt het landschap nog leger en komen we bij de Hoge Venen aan. Het wordt ook kouder als we bijna op het hoogste punt van de route zijn. De vestjes gaan aan. Na 25 km staan we bij Baraque Michel, een herberg in een leeg landschap. Ruim twee eeuwen geleden werd de baraque gesticht door Michel Schmitz, een kleermaker die herbergier wilde worden. Een soort ‘Ik vertrek’, maar dan 200 jaar geleden. Aan de weg, die toen al dit hoge plateau doorkruiste, bouwde hij een toevluchtsoord voor reizigers. Ook voor ons is het een mooie plek om iets te eten en de huisgemaakte soep doet ons goed.

Tropisch bos

Het hoogste punt ligt nu achter ons. In principe is het nu in een dalende lijn terug naar Coo, rijden, maar met vast nog wel zo hier en daar een stevige klim. Via een paar snelle afdalingen glijden de kilometers in rap tempo onder ons door. Afdalen over gravelwegen geeft een kick: lekker snelheid maken, remmen is niet nodig, wel opletten voor grotere stenen. We genieten, gedachteloos. Het zijn niet alleen brede gravelwegen, er zijn ook single tracks. Soms zelfs hele technische, met stenen en wortels. Meestal te doen, soms ook niet. Hike your bike hoort ook bij en graveltocht. Net zoals af en toe een stuk over asfalt, wat trouwens best lekker is, even wat uitrusten en iets minder opletten.

Na zo’n asfaltweggetje draaien we nietsvermoedend een bospad in. Hier blijken ineens de mooiste kilometers van de hele route voor ons te liggen. Het pad slingert door een nauw dal langs en over het riviertje La Warche. Begroeide rotswanden rijzen aan beide kanten verticaal omhoog, op niet meer dan 15 meter van elkaar. Het is vochtig en groen, heel groen. Varens, kleurige kruiden en loofbomen doen denken aan een tropisch bos. Daar waar we het riviertje kruisen kun je kiezen: door het water of over een loopbrug. Eén keer kies ik voor de eerste optie en dat gaat meteen bijna mis. De bodem bestaat uit spekgladde leisteen en is verre van vlak. Met brede mountainbike-banden zou het goed te doen zijn, maar met mijn smallere, en vooral ook hardere, gravelbanden heb ik nauwelijks grip. Bijna lig ik languit in het water, met een camera op mijn rug. Bij de volgende passages toch maar weer het bruggetje.

Helaas komt aan dit lekkers een eind. Iets verderop, bij Malmédy wacht een nieuwe uitdaging: een steile klim. Op Komoot had ik deze al gezien. Inmiddels weet ik echter dat zo’n digitale weergave toch niet altijd goed kan aangeven hoe de werkelijkheid is. Dat blijkt ook nu. We draaien rechtsaf en kijken tegen een muur aan. Over slecht asfalt stijgt het dik in de dubbele cijfers. Het slechte asfalt wordt ingeruild voor grint en steenslag, een echte gravelweg. Maar wel 13 a 14 procent omhoog. Stoempend en hijgend kruip ik vooruit, laverend tussen de keien op zoek naar het beste spoor. ‘Tot de volgende bocht, tot de volgende bocht, ik moet het halen’, maalt het in mijn hoofd. En het lukt! Na 1.500 meter is het voorbij. Trillend op onze benen hangen we over het stuur om bij te komen. ‘Dit was toch echt wel de zwaarste klim van de dag’, piepen we naar elkaar, ‘maar ook de mooiste!’ Afzien is óók lekker, zeker achteraf.

Dinky toys

Na deze klim volgen we kilometerslang een oud spoortracé, de RAVeL. De RAVeL omvat 1.300 kilometer aan oude spoorlijnen en jaagpaden in Wallonië die zijn omgebouwd tot fietspaden. Normaal gesproken ben ik niet zo’n liefhebber van dit soort trajecten: meestal vind ik ze erg saai, maar dat is nu zeker niet zo. Door een groene corridor gaat het in licht dalende lijn naar beneden. Het grove asfalt – het lijkt soms wel uitgehard gravel – voelt alsof we over een bospad rijden.

Al babbelend naderen we Francorchamps. Dat merken we niet omdat we het zien, maar omdat we het horen. Van verre klinkt het gebrul van motoren. Als we vlak boven het circuit rijden, zien we een race met oude Mini’s. Die zijn al niet groot en vanaf ons standpunt lijken ze helemaal op Dinky Toys. Kleurige speelgoedautootjes rijden over een zwart lint, omzoomd met rood-witte stenen.

Vanaf Stavelot gaat het ook over de RAVeL naar Trois Pont. Pal naast en boven de normale weg is het heerlijk rustig fietsen. Die weg heb ik vaak met de racefiets gereden en ik vond dat nooit fijn, met het vele verkeer. Had ik toen maar geweten dat dit fietspad er is. Dat is dan weer het voordeel van de digitale routeplanner.

We zijn weer terug bij ons fietscafé. Koffie hoort bij gravellen, net zoals bier, dacht ik vanochtend. Nu kunnen we dat in de praktijk gaan brengen. Op het terras, in de zon, lachen we om de helling van 6,6 procent van het flesje Kwaremont. Wij hadden vandaag veel meer. De sterke verhalen gaan beginnen.


Dit artikel komt uit Wielrenblad #3 2019. Op de hoogte blijven van al het wielrennieuws? Abonneer je dan snel op WIELRENBLAD en volg ons op Facebook en Instagram!