Seeën en bos: Het Monaco van Oostenrijk

Wanneer je de naam Johnny Hoogerland hoort, is het eerste waar je aan denkt waarschijnlijk prikkeldraad. Logisch ook, want daaraan dankt de Zeeuwse Leeuw zijn ‘bekendheid’ bij het grote publiek: tijdens de Tour de France van 2011 werd hij door een jurywagen het prikkeldraad in gereden. In diezelfde Tour reed hij enkele dagen in de bollentrui en mocht hij in 2013 de nationale driekleur dragen als Nederlands kampioen. Inmiddels is Johnny aan een tweede leven begonnen na het beëindigen van zijn wielercarrière. Samen met zijn vrouw Gerda en hun twee dochters heeft hij zich gevestigd in het mooie Velden. Nee, niet een plaatsje in Zeeland, maar Velden am Wörthersee, in de deelstaat Karinthië in het zonnige zuiden van Oostenrijk. Hier vind je tegenwoordig Pension Hoogerland: een plek om weg te dromen, midden in de pracht van de natuur.

TEKST: Andrea Lodder
FOTO’S: Patrick Dorré

Een goede vijfentwintig kilometer voor de Sloveense grens komen we aan in een plaatsje dat op het eerste gezicht doet denken aan een kleine variant van Monaco. Luxe winkels, flamboyant geklede mensen en dure auto’s. En dan is er natuurlijk het strakblauwe water van de Wörthersee, glooiende heuvels die overgaan in bergen en – niet te vergeten – het grote casino in het centrum van Velden am Wörthersee. De entree naar onze plek voor de komende dagen had niet indrukwekkender kunnen zijn.

Net buiten de drukte van het centrum slaan we een rustigere wijk in. Hier verblijven we de komende dagen in Pension Hoogerland: het paleisje van Johnny, Gerda, Saar en Tess Hoogerland. In 2018 vertrok het gezin naar Oostenrijk om hun droom te verwezenlijken. Gerda komt uit een echte schaatsfamilie en reisde in het verleden regelmatig naar deze regio, onder andere voor de alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. Combineer dat met Johnny’s wielercarrière en je begrijpt meteen waarom dit dé perfecte plek is voor sportliefhebbers. We kunnen niet wachten om te ontdekken wat deze omgeving op de fiets zo bijzonder maakt.

Tussen twee zeeën in

Op een hoogte van ‘slechts’ 460 meter kun je vanuit Velden alle kanten op. Fiets je richting het noorden, dan kom je in de hogere Alpen, zoals de Gerlitzen Alpen, die in de winter dienstdoen als skigebied en in de zomer een trekpleister zijn voor wandelaars en fietsers. Vanaf de top kijk je uit over de Ossiacher See, een van de grootste meren in de omgeving, ten noorden van de Wörthersee. Wij rijden vandaag een ronde tussen deze twee ‘zeeën’ in, over de Ossiacher Tauern.

Op de gravelbike kom je hier het makkelijkst en best rond. Op de weg kun je natuurlijk ook prima rijden, maar dan mis je de mooiste uitkijkpunten en verborgen plekjes, die je alleen bereikt door het bos in te trekken. Na een vlakke aanloop langs het strakblauwe meer duiken we de heuvels in en vinden we de eerste gravelwegen. Wat meteen opvalt is hoe schoon en rustig het hier is. We zijn net vóór de vakantieperiode en hoewel dit een toeristische regio is, merk je daar in de bossen weinig van. Ons hoor je zeker niet klagen.

Het zwaartepunt van vandaag ligt rond kilometer 41 – of beter gezegd tussen kilometer 41,8 en 49,2. We werken een klim af van dik zeven kilometer en eindigen op iets meer dan 900 meter hoogte. Na de regenval van gisteren voelt het vandaag wat plakkerig en benauwd aan; de warmte blijft hangen onder het frisgroene bladerdak. Met een gemiddeld stijgingspercentage van net geen zes procent worden onze benen goed wakker geschud. De gravelwegen zijn hier mooi glad: geen grote stenen, geen modder – eigenlijk precies zoals je een gravelweg in de heuvels in je dromen zou tekenen. Tel daar het uitzicht vanaf de kam van de Ossiacher Tauern bij op, met zicht op de Ossiacher See, en je weet weer precies waarvoor je het doet.

Cash only

Na nog een klein hupje dalen we af en is het zware werk voor vandaag gedaan. In dit gebied wemelt het van de meren: klein en groot, druk en rustig. Eigenlijk is er overal wel een terrasje te vinden, wat dit tot hét perfecte gebied voor toeristen maakt. Laat wij daar nu toevallig onder vallen, dus parkeren we de fietsen tegen een boom en ploffen neer op een terras aan de Silbersee, net buiten Villach.

En ja, we zijn natuurlijk in Oostenrijk. En als er één ding is waar ze hier soms nog in achterlopen, dan is het pinnen. Met het beetje contant geld dat we bij ons hebben, kunnen we nét een tosti en een cola kopen. Maar eerlijk is eerlijk: het maakt niet uit wat je krijgt. Op deze plek, met dit uitzicht, smaakt alles alsof je in een luxe brasserie zit te lunchen.

De ligging van Pension Hoogerland is eigenlijk precies perfect. Na terugkomst kunnen we in alle rust nog een duik nemen in het zwembad, zonder de drukte van het dorp te horen. Tegelijkertijd ben je binnen minder dan een kilometer in het centrum, waar je na een zware dag op de fiets heerlijk een terrasje kunt opzoeken. Met de gezellige terrassen aan het water, grote imposante gebouwen en de vele bootjes doet de Wörthersee bijna denken aan een kleinere variant van het Gardameer. Het meer loopt door tot aan Klagenfurt, waar elk jaar duizenden mensen aan de start staan van de Ironman Kärnten–Klagenfurt, een van de grootste sportevenementen rond de Wörthersee.

Competitief gebied

Voor de gravelfanaten is er de UCI Wörthersee Gravel. Deze race wordt sinds 2024 verreden en start en finisht in Velden. Net als de Ironman zitten gravelraces duidelijk in de lift, en deze regio leent zich perfect voor beide disciplines. Niemand minder dan Johnny Hoogerland zelf mocht het parcours voor de eerste editie uittekenen. Het resultaat was een technische route die optimaal gebruikmaakte van de prachtige en uitdagende omgeving. Zelf hebben we deze wedstrijd nog niet eerder gereden, dus wat ons betreft de perfecte aanleiding om morgen eens te kijken hoe het parcours er nu bij ligt.

We rijden een kleine variatie op de routes van 2024 en 2025, waarbij we de mooiste stukken van beide edities combineren. Waar de route van de eerste editie iets minder klimwerk bevatte, heeft die van dit jaar een duidelijk pittiger hoogteprofiel. De aanloop vanuit Velden begint meteen met korte – gelukkig niet al te steile – klimmetjes. We rijden parallel aan de rivier de Drau, een grote rivier die ontspringt in Italië en zo’n 750 kilometer verderop in Hongarije uitmondt in de Donau.

We steken de rivier over voor een U-bocht in aanloop naar de eerste echte klim van vandaag: de Taborhöhe. Een steile klim van ‘slechts’ twee kilometer, met een gemiddeld stijgingspercentage van bijna acht procent. Dat klinkt te overzien… totdat je het stuk van 17 procent moet zien te overleven. Na een korte afdaling volgt direct de tweede klim: het is echt een tweetrapsraket.

Gelukkig mogen we daarna lekker afdalen. Stel je voor dat hier een paar honderd coureurs tegelijk rijden, allemaal vechtend om positie — gekkenhuis. Inmiddels zijn we beland in een waar gravelparadijs: bruggetjes, riviertjes (waar je natuurlijk doorheen moet rijden) en smalle, kronkelige paadjes door dichte bosschages. We rijden nu iets zuidelijker en pakken de laatste lus van de route mee. Die brengt ons langs de Drau weer terug richting Velden, maar niet voordat we nog een toetje krijgen: vijf kilometer klimmen, met een uitschieter naar 15 procent in de laatste paar honderd meter.

Toetje mét slagroom

Na zeventig kilometer komen we weer terug bij Pension Hoogerland. We hebben nog verrassend veel energie over en het is nog redelijk vroeg op de dag. Je zou kunnen denken dat we niet hard genoeg hebben gefietst, we zijn tenslotte op vakantie. We staan voor de keuze: richting de Wörthersee voor een frisse duik, of nog even de berg achter het pension op fietsen. De keuze is snel gemaakt.

De weg loopt vrijwel direct omhoog en wordt zelfs als een categorie vier-klim bestempeld. Wat begint als een mooie asfaltweg, gaat al snel over in een prachtig gravelpad. Dit is een stukje waar niet veel fietsers komen, simpelweg omdat het iets te ruig is. Grote stenen, steile passages, omgevallen bomen — hier rijd je echt adventure gravel, ver weg van de Gucci gravel-stroken langs het water. Stiekem ligt het mooiste stukje dus gewoon dicht bij huis.

Ongeveer tien kilometer aan slingerende paden leiden ons naar de top. Onderweg passeren we de Forstsee, gelegen op zo’n 600 meter hoogte. Dit gebied is populairder onder wandelaars, vooral omdat je er met de fiets niet makkelijk komt. Je kunt hier een prachtige wandeling maken rondom het meer van ongeveer vijf kilometer, en waar je ook kijkt: het uitzicht is indrukwekkend.

Op 760 meter bereiken we de top en zit het er voor vandaag echt op. Nu ja, op de afdaling na natuurlijk. Ken je dat moment waarop iemand zegt: “vanaf hier is alles naar beneden” en dat je vervolgens stukken steil omhoog krijgt? Dit was precies zo’n geval. Overwegend dalen we af, maar onderweg komen we nog twee ‘hupjes’ tegen: bij de eerste tikken we dertien procent aan, en bij nummer twee zelfs 22 procent. De ultieme cherry on top van deze dag.

Home away from home

We hebben nu zeker een duik in het zwembad verdiend. En hebben wij even geluk: vanuit onze kamer rollen we zo de grote tuin met zwembad in, waar we heerlijk in de zon kunnen neerploffen. Het is vandaag echt prachtig weer, dus die tanlines kunnen meteen weer worden bijgewerkt. Zo wil iedereen wel vakantie vieren toch?


Wil je op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes? Volg ons dan op Instagram en Facebook! Benieuwd naar boeiende en interessante blog berichten over wielrennen? Klik hier!