Route door Noord-Frankrijk: Onbekend maakt onbemind
Een Nederlander in Hauts-de-France? Die zal wel op doorreis naar Parijs of het zuiden zijn. Vlug tanken, café au lait naar binnen en gas erop. Doodzonde, want deze regio is een regelrecht fietswalhalla. Een ruwe diamant vol glooiende tractorpaden, flowy riviergravel en uitgestorven bosklimmen. En dat op slechts drie uurtjes van Utrecht.
Hier fiets je door, over en langs de littekens die onlosmakelijk met de Noord-Franse geschiedenis verbonden zijn. Geen dorp zonder monument ter nagedachtenis van een veldslag, revolutie of lokale held. Het barst van de bijzondere verhalen die de inwoners maar wat graag met hun gasten willen delen.
Om je een beetje op weg te helpen (of er juist vanaf), gingen we vier dagen op zoek naar gravelparels. En wat werden we beloond! We vonden adembenemende routes, authentieke gerechten en omrijdwaardige kathedralen. Maar bovenal Fransen die je met een gemeende glimlach en open armen verwelkomen.

Dag 1: Lille – Dunkirk
119 km, 420 hm, 28% onverhard
Het is nog niet tien uur als Albin, Kai, Wouter en ik langs een drukke weg in Lille de auto uitstappen. We hijsen onszelf in cargo shorts, sjorren de fietstassen vast en klikken in. On y va! We starten in Parc de la Citadelle, waar alle fitte, jonge hardlopers direct gehakt maken van mijn grauwe vooroordeel over Lille. Fietsend langs Canal de la Deûle passeren we funky graffiti, uitgestorven fabriekspanden en verroeste spoorbruggen. We krijgen spontaan Amsterdam-Noord-vibes van twintig jaar terug.
Diepe plassen in het compacte grind verraden dat het vannacht flink gehoosd heeft. Gelukkig breekt het zonnetje voorzichtig door zodat onze fotograaf Kai de ene vette plaat na de andere schiet. Zodra we Lille achter ons laten, worden zowel de omgeving als de ondergrond avontuurlijker. We stuiteren over boerenweggetjes tussen glooiende akkervelden vol ui, biet, en pomme de terre. Grove kiezelstenen schieten links en rechts onder ons rubber vandaan, met soms een ferme tik tegen het carbon. Au.

Wie koers op tv kijkt weet: in Frans-Vlaanderen waait het altijd. We hebben geluk met de zuidoostenwind en in een dromerige flow rijden we van bocht naar bocht en van bult naar bult. Goed, er bestaan mooiere landschappen. En toch is hier genoeg om van te houden. Het gravel is ruig en we hebben de wegen helemaal voor onszelf. Bovendien zijn de dorpjes ouderwets kneuterig met simpele, maar uitstekende restaurants.
We passeren Esquelbecq, door de Fransen zelf verkozen tot favoriete dorp van 2023. Het doet z’n titel weinig eer aan. Ja, het heeft een fraai kerkplein, maar dat is één grote parkeerplaats. Tien kilometer verderop rijden we door Bergues, wat vele malen mooier is met authentieke kronkelstraatjes, eigenzinnige winkeltjes en een hippe bierbrouwerij in de oude kaasmarkt.
Vanaf Bois de Forts verraden de zilte lucht en krijsende meeuwen dat we de Opaalkust naderen. We stoppen pas met trappen in het mulle zand tussen de fotogenieke blauwwitte strandhuisjes. De lage zon schijnt nog fel en creëert een filmische setting. Finishen aan zee voelt goed.

Dag 2: Saint-Valery – Amiens
85 km, 100 hm, 60% onverhard
Ons uitzicht vanaf hotel Cap Hornu over de baai van de Somme is deze ochtend onwerkelijk mooi. Bij eb vormen de kwelders met stroompjes een schilderachtig landschap. Het is een paradijs voor vogels. Naast ongestoord rusten en broeden, jagen ze hier op wormen, schelpen en garnalen. We ontdekken een route buiten de dijk, waar het spekgladde slik voor een komisch schouwspel zorgt. Na een uurtje spelen zitten onze bikes volledig onder de grijze zeeklei.
Vanaf Saint-Valery volgen we de Somme oostwaarts. Weinig hoogtemeters, maar het gebroken asfalt en hobbelige gravel maken dit slingerpad geen moment saai. Naast ons zien we heuvelachtige gravelstroken, maar we hebben het zo naar onze zin dat we en route blijven. De rivier is door overhangende bomen en spookachtige woonboten soms zo smal dat schepen elkaar niet kunnen passeren. Zo nu en dan popt er uit het niets een kasteel op. Sommige tot in de puntjes verzorgd, anderen zelfs te vervallen voor Ik Vertrek.

Als we halverwege genieten van een riante portie moules frites, bespreken we opnieuw hoe aardig de mensen hier zijn. Fietsers zwaaien, automobilisten laten ons voor en garçons zijn oprecht geïnteresseerd in onze tocht. Met vieze bibshorts naar binnen is nergens een probleem en de bikes zetten we altijd veilig weg. Hier hoef je als fietser niet te overleven op repen en gels. Elk gehucht telt minstens één bistro. De menu’s zijn klein, de ingrediënten lokaal en de kwaliteit is hoog. Geen wonder dat het overal vol zit.
Tegen de middag fietsen we Amiens binnen. Op het plein voor de gigantische kathedraal ploffen we languit neer in de zon. ‘s Avonds komt deze studentenstad goed tot leven, met langs de kades gezellige brasseries en bruisende cafés. We proberen in de stemming te komen, maar na het tweede lokale biertje slaat de vermoeidheid toe en zoeken we verstandig ons hotel op.

Dag 3: Coucy-le-Chateau – Chamouille
86 km, 1.400 hm, 23% onverhard
We beginnen direct stevig met een uphill singletrack door het bos. De ondergrond van klei en gras is drassig en de natuurlijke tunnel van takken biedt nauwelijks uitwijkmogelijkheden. We moeten continu focussen en het juiste spoor kiezen om niet op onze plaat te gaan. Nog vol adrenaline belanden we op tractorwegen tussen bossen en akkers. Diep in de beugels racen we al slalommend tussen de kuilen vlak achter elkaar aan.
De lunch staat gepland in Laon. Het dorp ligt boven op een flinke puist, dus krijgen we als voorgerecht de Mûr de Laon à 18 procent geserveerd. Deze vestigingsstad werd nog vóór de middeleeuwen door Galliërs gesticht en groeide uit tot cultureel, wetenschappelijk en religieus centrum. De beroemde kathedraal uit de twaalfde eeuw is met haar 56 meter vanuit de wijde omgeving te zien. Zeker de moeite waard om die tweehonderd treden te beklimmen, al is het maar vanwege het sensationele uitzicht op de schots en scheve daken van de oude stad.
De tweede helft van de dag doet niet onder voor een Ardennenklassieker. In zestig kilometer krijgen we vijf pittige beklimmingen voor onze kiezen. Natuurlijk strijden we om als eerste boven te komen, maar de vele monumenten ter nagedachtenis aan La Grande Guerre (WWI) plaatsen onze prestaties in perspectief. We fietsen over de bijzondere Chemin des Dames, dat vanwege de strategische ligging het decor vormde voor bloedige veldslagen. We passeren Franse en Duitse begraafplaatsen met duizenden gesneuvelde soldaten. Om stil van te worden.

Dag 4: Guise – Sars-Poteries
47 km, 420 hm, 10% onverhard
In plaats van fietsen beginnen we met een rondleiding door La Familistère in Guise. Jean-Baptiste Godin bouwde dit Palais Social voor de vijfhonderd arbeiders (en hun gezinnen) van zijn naastgelegen gietijzerfabriek. De ruime appartementen, hoogwaardige voorzieningen en gratis scholing waren wereldwijd een voorbeeld van sociale vooruitgang. Zelfs nu nog heeft zijn visie invloed op hoe we werknemers behandelen. Bizar eigenlijk, dat we hier nooit van gehoord hebben.
We starten met een segment van de 5.300 kilometer lange EuroVelo 3. Deze fietsroute verbindt het Noorse Trondheim met het Spaanse Santiago de Compostella. Een soort Ravel (de tot fietspad omgebouwde spoorlijn in de Ardennen), maar veel mooier. En toch ook wel iets spannender door het gare wegdek.
De lunch duurt langer dan gedacht, ook dat hoort bij de Franse cultuur. Ondanks meerdere opmerkingen dat we haast hebben, blijft de garçon bij elk gerecht zijn enthousiaste verhaal doen. Ongemerkt geeft hij ons daarmee een les dat we wat meer tijd mogen nemen voor wat belangrijke dingen in het leven.
Na een korte autorit klikken we in bij Trélon, vlak onder de Belgische grens. De laatste dertig kilometer van deze trip rijden we over langgerekte gravelwegen door het bos naar onze eindbestemming: Sars Poteries. De afgelopen dagen hebben we elkaar regelmatig sportief uitgedaagd, maar vandaag rijden we gebroederlijk zij aan zij. Een social ride als eerbetoon aan Godin.

Zeker terug
Waar ik me vooraf zorgen maakte hoe ik deze regio positief moest beschrijven, kom ik achteraf ruimte tekort voor alle highlights. Het landschap, de cultuur, het eten, de mensen: dit département is de ideale weekend getaway om met je gravelbike aan te vallen. Ook na vier dagen blijft er genoeg over om te ontdekken, dus ons zie je hier zeker terug. Wij zijn Haute-de-fans.
Wil je op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes? Volg ons dan op Instagram en Facebook! Benieuwd naar boeiende en interessante blog berichten over wielrennen? Klik hier!