Wielren route door Ticino
Er is een kans dat er niet meteen een belletje bij je gaat rinkelen als je de naam Ticino hoort. Maar als we de Tremolapass of Passo San Gottardo noemen dan weet je het ongetwijfeld meteen. Deze iconische met kasseien geplaveide bergpas ligt in het uiterste noorden van Ticino, en is tevens de eindbestemming van de Ticino Traverso, een fantastische bikepackroute die je al slingerend van het zuiden naar het noorden van Ticino brengt.

De route is met 330 kilometer niet extreem lang, maar de dik 6.800 hoogtemeters in het bergachtige Zwitserland maken het wel een pittige. De start is in Chiasso, wat in het uiterste zuiden tegen de Italiaanse grens aan ligt. Je bent hier op steenworp afstand het Comomeer; dit stukje Zwitserland ligt best wel diep Italië in, en voelt mediterraans aan.
Na het meest zuidoostelijke puntje van Ticino fiets je in zo’n vijftien kilometer naar het meest zuidwestelijke puntje, en vanaf daar ga je richting het noorden waar je nog een aantal keer flirt met de Italiaanse grens. In een rechte lijn loopt de route nooit: je kronkelt door het prachtige landschap van Ticino heen. Hier is het voor Zwitsers doen nog relatief vlak, al zit je na een kleine vijfentwintig kilometer al op de eerste top, op 573 meter. Hier vind je het Fossielenmuseum van Monte San Giorgio, terwijl je in het noorden de echte Alpen al ziet opdoemen.
Dit museum is zeker niet de enige bezienswaardigheid op de route. Deze regio heeft naast bergen tevens veel meren, en het duurt dan ook niet lang voordat je bij het meer van Lugano bent. De Ticino Traverso kronkelt er prachtig langs, en brengt je bij een van de mooiste uitzichtpunten over dit meer. Hier zie je het azuurblauwe water in haar volle glorie tussen de groene heuvels fonkelen. De route kronkelt hier door de buitenwijken van Lugano en langs het vliegveld, om vervolgens nog een stuk langs de noordwestelijke tak van het meer te gaan.

Het is niet gek als je je hier in Italië waant. Ticino is vrijwel volledig Italiaanstalig, en dat zie je overal terug. De plaatsnamen, het lekkere eten, en niet vergeten de gelataria; hier kan je je innerlijke mens goed verwennen. En hoewel het bij vlagen ruig terrein is, zijn er in het zuidelijke deel van Ticino overal dorpjes – genoeg plekjes waar je kan overnachten als je het fietsen zat bent.
Na 140 kilometer fietsen kom je bij nog een bekend groot meer: Lago Maggiore. Voor een groot deel in Italië, maar het noordelijke gedeelte ligt in Ticino. Na een kort uitstapje de bergen in richting Maggia passeer je het meer voor de tweede keer. Als je nog een frisse duik wil maken is nu het moment, verder richting het noorden zijn er geen meren meer.
Vanaf hier volg je voor een groot deel de A2 richting het noorden. Gelukkig kronkelen de wegen mooi door het dal, en voorlopig is het nog heerlijk vlak. Maar dit is de stilte voor de storm. Met zo’n zestig kilometer te gaan begint het echte werk. Eerst volgt er een klim van vijftien kilometer lengte die je naar bijna 1.450 meter hoogte brengt. Dat valt nog mee, maar doordat je begint op 400 meter is het een serieuze klim. De omgeving is hier prachtig, met links van je bergtoppen die bijna richting de drieduizend meter gaan, en rechts van je de diepgroene vallei.
Tremola
Na de afdaling volgt er nog een klein hupje – dik vijf kilometer – waarmee je op de smallere en rustigere wegen blijft. Je zit hier vlakbij de Sint Gotthardpass en vooral in de zomer kan het hier druk zijn met vakantieverkeer. Maar dat valt op de Tremola over het algemeen mee – de kasseien die hier liggen zijn geen allemansvriend, maar des te iconischer is het om hier boven te eindigen. Dik dertien kilometer aan zeven procent, met maar liefst 36 haarspeldbochten. Er zijn weinig beklimmingen mooier dan deze. De bochten blijven maar komen, de kasseien kietelen onder je banden, en de lucht wordt steeds ijler. Massieve rotsformaties, kale open stukken, en met wat geluk een heerlijk zonnetje bovenaan: zo wil je iedere bikepacktrip toch eindigen?

Dead Ends & Dolci
Niet alleen in Italië houden ze van dolci, ook in Ticino zijn ze er gek op. Zo gek zelfs dat ze een heuse ultra hebben waarbij deze zoete verwennerijtjes een hoofdrol spelen. Dead Ends & Dolci speelt zich af rondom Bellinzona, een Zwitserse stad temidden van de Alpen. Deze ultra is gebaseerd rondom vijf doodlopende wegen en zes checkpoints, waarbij je zelf de volgorde kan bepalen. Het voordeel? Je komt altijd weer terug bij het basecamp in Bellinzona, terwijl er bij elk checkpoint Dolci op je te wachten staat. En niet zomaar maar Dolci maar een lokale specialiteit; alleen al voor het eten is deze ultra de moeite waard!
Alles bij elkaar fiets je zo’n 500 kilometer met 9.000 hoogtemeters; flink klimmen dus. De organisatie raadt dan ook aan om een zo licht mogelijk verzet mee te nemen, en als het even een kan een gravelbike met 40 of 50 millimeter brede banden; racefietsen zijn niet geschikt. Om het geheel nog wat spannender te maken zijn er een aantal wegen verboden terrein: voornamelijk gevaarlijke wegen, maar tevens een aantal om de uitdaging nog iets groter te maken.
Wat een bijkomend voordeel is van de zuidelijke ligging van Ticino is dat het er al vroeg in het jaar lekker weer is, en ook tot laat in het seizoen. De bergen zijn vaak al sneeuwvrij in april of mei, en het duurt tot laat in de herfst voordat het weer echt slecht wordt. Dit in combinatie met de prachtige meren, het lekkere eten én de fraaie fietsroutes maakt Ticino simpelweg een heerlijke bestemming voor de fietsers – op de voorwaarde dat je houdt van de bergen. Maar eerlijk; wie houdt daar nu niet van?

Wil je meer weten over deze prachtige regio en de evenementen? Dan kan je op onderstaande websites terecht.
ticinotraverso.com
deadendsedolci.ch
ticino.ch
ascona-locarno.com
luganoregion.com
bellinzonaevalli.ch
Wil je op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes? Volg ons dan op Instagram en Facebook! Benieuwd naar boeiende en interessante blog berichten over wielrennen? Klik hier!