Wielren route door Småland: Tussen bos, meren en eindeloos gravel
Wie aan Zweden denkt, denkt vaak als eerste aan Ikea. Maar ook aan elanden, Pippi Langkous en oneindig veel gravelwegen. In de provincie Småland gaan we op zoek naar die laatste drie. We vinden er twee. Een verhaal over glooiende landschappen vol bos en meren, kroontjes verzamelen met een imposant sterke local en dé offroad-hotspot van het land.

Het is halverwege de jaren negentig en we trekken met ons gezin tijdens de zomervakantie door Zweden heen, met auto en caravan. Het is een fantastische reis. Eén van de hoogtepunten hebben we vooraf niet aan zien komen: de köttbullar, die dan nog niet bij de Ikea in Nederland zijn te verkrijgen. Vanaf het eerste moment dat deze typisch gekruide Zweedse gehaktballetjes de weg naar onze braadpan hebben gevonden, zijn we fan. De frequentie waarin ze op de campingtafel komen te staan, gaat snel omhoog. Het aantal grappen over hoe je köttbullar uit moet spreken ook.
Tja, we waren pubers, en mijn pa deed lekker mee.
Het is ongeveer dertig jaar later als ik die manier van uitspreken voor de eerste keer terécht koppel aan de voornaamste optie die we toen in gedachten hadden. “Wat een k*tballen”, denk ik als ik het volle bord dat ik kort hiervoor heb leeggegeten omhoog voel komen. Een stevige boer overstemt het geluid van mijn rollende banden en ratelende ketting. Ondertussen beginnen mijn benen te branden. Het prachtige onverharde pad waarop ik een stevige inspanning aan het leveren ben gaat steil omhoog. Om me heen: alleen maar bomen. Enkele tientallen meters voor me: Jonathan, een imposant sterke Zweedse Brit die vandaag onze gids is. Zijn roze pakje verdwijnt steeds meer uit het zicht, door het gestamp van zijn indrukwekkende benenpartij op de pedalen.

Pippi Langkous
We zijn in de Zweedse streek Småland. Er zijn hier een haast ongekend aantal kilometer gravelpaden. Maar dat Jonathan zijn route zo gebouwd heeft dat hij onderweg nog wat kommetjes op Strava kan pakken, dat heeft hij er vooraf niet bij gezegd. Voor deze specifieke aanval heeft hij tijdens de lunch halverwege trouwens wel gewaarschuwd. We hadden er dus rekening mee kunnen houden. Maar ja, die köttbullar… die smaken nog net zo lekker als toen die eerste keer in de jaren negentig. Dat bord gaat leeg.
We eten die lunch in het lokale filmmuseum in Mariannelund, dat vooral in het teken staat van Pippi Langkous. Astrid Lindgren, haar geestelijk moeder, komt uit de streek waar we doorheen fietsen. De rondleiding (en een korte zitpauze op een levensgroot model van het paard van Pippi) zijn niet genoeg om de stevige lunch te laten zakken. Dat is vooral ook omdat we graag snel weer de fiets opstappen. Want poah, er staat ons weliswaar een aanval van onze gids te wachten, het is wel een fietsparadijs waar we in terecht zijn gekomen.
Vanaf kilometer nul rijden we voor negentig procent over gravel. Dat is niet moeilijk in een land waar een groot aantal doorgaande wegen zelfs nog onverhard zijn. We vertrekken vanuit ons hotel nabij Vimmerby. De hoogteverschillen zijn niet groot – minder dan in Zuid-Limburg bijvoorbeeld – en dat betekent schitterend glooiende landschappen. Vergezichten zonder meertje zijn zeldzaam, zonder bomen tot aan de horizon onmogelijk. De ondergrond is soms grof over een tweesporenpad, vaak smooth en snel over wegen waar ook auto’s overheen gaan.

Niet dat dat vandaag het geval is. Het verkeer dat we tegenkomen beperkt zich, en dat is niet gelogen, tot drie Volvo’s. Verder is het rustig. Erg rustig. Mits Jonathan geen kommetje heeft om op te jagen, toeren we lekker rond en krijgen we ruim de kans om ons heen te kijken. Dorpjes, gehuchten vooral, bestaan uit rode houten huisjes. Verder proberen we vooral wild te zien. Met stip op één op onze wensenlijst: een moose, een eland. Jonathan heeft er in de ochtend nog een gezien, maar dat is geen vanzelfsprekendheid. “Mijn gemiddelde van de drie jaar dat ik hier nu woon komt nu weer op precies één per maand”, vertelt hij.
Wij hebben pech, maar van de natuur genieten lukt toch wel. Zeker als onze gids ineens in de remmen knijpt (dat is weer eens wat anders dan een explosieve demarrage) en ons laat proeven van vers geplukte rode bosbessen. Dat spaart ons weer een energiegelletje uit!
Alhoewel hier jaarlijks een groot gravelevenement wordt gehouden (met getimede segmenten) is het qua gravelbiken nog een onontgonnen gebied. Het komt misschien ook omdat er zoveel kilometers aan paden liggen, maar de leaderboards van de Strava-segmenten waar Jonathan zijn missie van gemaakt heeft, kennen vaak amper tien namen. “In mijn dorp is er een klimmetje waar ik de enige ben die ooit een poging heeft gewaagd”, legt Robinson uit.
Wij zijn er niet om hard te rijden, wel om lekker te genieten en als de kötbullar een beetje zijn gezakt maken we de tweede helft van honderd kilometer in een heerlijke cadans vol. Met in gedachte dat er morgen nog een dag is om Zweeds gravel te verkennen, een paar uurtjes rijden verder in een ander deel van Småland. Afgaande op deze eerste indruk, zal dat ook geen straf worden.

Isabergtoppen
Een dag later we onze gravelbikes uit onze bus op het parkeerterrein van Isabergtoppen, dé bikehotspot van Zweden. In 2025 werden hier alle nationale kampioenschappen offroad gehouden. Fietsen is hier big business, te zien aan het kleine skigebied dat is getransformeerd tot een indrukwekkend downhill-bikepark, met twee grote nieuwe lodges (met appartementen, bikeverhuur en restaurants). Maar: er zijn ook cross-country mountainbiketrails én uiteraard veel gravel. Want ook die titelstrijd werd hier verreden en een aantal paden van die route gaan we vandaag rijden.
Gids van deze dag is Geir Inge Folkestad, een van de organisatoren van die wedstrijd. Hij woont in het nabijgelegen Hestra en neemt ons meteen mee naar een van de scherprechters. De hoogteverschillen zijn hier wat groter dan in het gebied waar we een dag eerder waren. Toch is het vooral de ondergrond die deze klim lastig maakt. De grove stenen rollen matig en geven het gevoel van elk moment lek kunnen rijden.
Dat gebeurt niet en daarna duiken we diep het bos in. Kilometers lang slingeren we door een intens groene omgeving over perfect gravel. Zo nu en dan een meertje links, zo nu en dan een meertje rechts. Soms een klimmetje, verder het typisch golvende Zweedse landschap. Opnieuw komen we amper verkeer tegen. Of het moet de verroeste, oude vrachtwagen zijn die in de middle of nowhere voor oud vuil is achtergelaten. Ook zo’n classic die je wil zien als je door afgelegen gebied aan het fietsen bent. Net als wild. Maar net als een dag eerder houden de lokale elanden zich verstopt.

Echte bergtoppen ontbreken ook. Geir wijst ons erop dat we bijna het hoogste punt van de route (en de omgeving) gaan bereiken, iets boven de 300 meter. Van een top is alleen niet echt sprake. Een uitzicht is er ook niet, maar gelukkig hebben we daar op de rest van de route niet over te klagen. Ik ben vaak met mijn gedachten in de jaren negentig. Toen hadden we onze basic mountainbikes mee. Ik denk dat de routes en de set-up verrassend veel overeenkomsten hebben met hoe we er nu bij fietsen. Alleen hadden we toen nog nooit van de term ‘gravelbiken’ gehoord.
Tegen het einde van onze lus rijden we ineens over een soort singletrack. Een vers grindpad slingert tussen de bomen door, en komt uit in een klein gehucht. Het blijkt de laatste kilometer en de finishplek te zijn van de Zweedse titelstrijd. “Hebben we zelf zo aangelegd met kruiwagens vol grind”, vertelt Geir. Niet ideaal voor een ‘massasprint’ (al zijn de laatste paar honderd meter wel breed) maar daar draait het op zo’n parcours ook niet op uit. De klimmen zijn dan wel niet extreem, het constante op en af van deze streek gaat toch in de benen zitten.
Vlak voordat we terug zijn bij Isabergtoppen pakken we nog wat MTB-paden mee. Die lijken wel een beetje op de traditionele mountainbikeroutes op de Utrechtse heuvelrug. Het is een leuke afsluiting van twee heerlijke graveldagen. Waarin we veel mooie karakteristieke gravelroads van Smålandhebben gereden. Maar nog lang, lang, lang, lang niet alles.

Wil je op de hoogte blijven van de laatste nieuwtjes? Volg ons dan op Instagram en Facebook! Benieuwd naar boeiende en interessante blog berichten over wielrennen? Klik hier!