Travel – Bikepacken over 4 Canarische eilanden
Op het Aeropuerto de Lanzarote sta ik naast mijn volgestouwde fietskoffer. Ik voel spanning in mijn ademhaling, mijn buik, in mijn hele lijf eigenlijk. Spanning voor een nieuw en onbekend avontuur: eilandhoppen op de Canarische Eilanden, van oost naar west, op de gravelbike, door lavavelden, woestijn, bergen en regenwoud, solo. Vier eilanden, drie boottochten, 600 kilometer, 11.500 hoogtemeters, ongeveer vijftig procent onverhard. Eindelijk is het zover.

De opzet
Na een meer dan geweldige Torino-Nice-Rally in 2021 droom ik al een paar jaar van bikepacken in een woestijnachtig landschap. Op YouTube en Komoot kijk ik vooral naar twee evenementen die als wedstrijd worden gereden: Badlands in Zuid-Spanje en Granguanche op de Canarische Eilanden. Voor Badlands 2024 schrijf ik me in, maar helaas word ik niet ingeloot. Granguanche vindt altijd plaats in een periode waarin ik niet kan. Maar Granguanche kun je ook zelf rijden: de route is via de website van de organisatie beschikbaar. Wat toen nog niet kon kan inmiddels wel: ook van Badlands bestaat een do-it-yourself-versie.
Granguanche kent drie varianten: weg, mountainbike en gravel. Die laatste variant zal de mijne zijn. De route gaat over vijf eilanden: Lanzarote, Fuerteventura, Gran Canaria, Tenerife en El Hierro. Al in de voorbereiding besluit ik die laatste te laten vallen, het wordt een Mini-Granguanche die voor mij al uitdagend genoeg zal zijn. Ik weet immers van mezelf dat ik niet zo’n sterke fietser ben.
Lanzarote
135 kilometer, 2.100 hoogtemeters
Ik loop de hal van het vliegveld van hoofdstad Arrecife uit en zie een zwart, kaal landschap, met zo hier en daar witte huizen. Het grootste deel van het eiland bestaat uit gestolde lava en puimsteen, in verschillende tinten grijs en zwart, met nauwelijks vegetatie. De kleur groen ontbreekt vrijwel volledig. Ik zag talloze filmpjes en foto’s en toch ben ik verrast door de totale leegte en kaalheid.

De officiële route start op het noordelijke puntje van het eiland, zo’n veertig kilometer van Arrecife. Na die bonuskilometers is het doel voor vandaag het Parque National de los Volcanes, een gebied van lavavelden, omringd door vulkaantoppen. Daar, in een zwarte leegte, wil ik gaan wildkamperen.
Op papier leek de route over dit eerste eiland een relatief makkelijke start te worden, een opwarmertje. Al snel blijkt dat de werkelijkheid anders is. Een stevige tegenwind en hellingen met forse stijgingspercentages over losliggend gravel, pittige omstandigheden wanneer met volle bepakking fietst. De eerste zestig kilometer gaan voortdurend omhoog en omlaag, de gemiddelde snelheid is laag.
Vanaf de hogere punten heb ik uitzicht over het kale eiland met daarachter een azuurblauwe zee. In de verte liggen witte dorpjes, die over het landschap uitgestrooid lijken te zijn. In één van die dorpjes, Teguise, zie ik ook weer voor het eerst sinds ik Arrecife achter me liet mensen. Het is een fijne plek om even bij te tanken en om me heen te kijken. En om te rekenen: hoe lang ga ik er over doen, hoe laat ben ik waar? Dit doe ik al de hele dag, alsof ik in een wedstrijd zit of haast heb, wat helemaal niet zo is. Ja, ik moet op een vooraf bepaalde dag op het vliegveld van Tenerife zijn voor de terugvlucht naar huis. Maar daar zou ik tijd genoeg voor moeten hebben. En toch gebeurt het, dat rekenen, de hele tocht lang. Ik voel me onzeker en rij eigenlijk voortdurend tegen de klok, wat maakt dat ik moeilijk kan ontspannen en in het moment kan zijn. Het zit me in de weg, maar ik kan het helaas niet stoppen. Ik heb vaak gelezen dat het mentale aspect bij lange tochten nog lastiger kan zijn dan de fysieke belasting. Voor het eerst tijdens mijn bikepackavonturen fiets ik daar nu zelf tegen.
Het hoogste punt van de route ligt achter me. In een lange afdaling gaat het naar de kust, naar één van de mooiste zandstranden van Lanzarote, Playa de Famara. De sfeer in het erbij gelegen dorpje is ontspannen, er hangt een relaxte, wat landerige surfvibe. Even is er de verleiding om te stoppen en hier te overnachten, maar dat duurt niet lang, ik wil naar mijn kampeerplekje. De schemering is al ingevallen als ik na een lange en zware dag stop. In het donker zet ik mijn tentje op en maak ik een maaltijd klaar. Uitgeput val ik in slaap.

In een afdaling van ruim dertig kilometer rijd ik op mijn gemak naar havenstad Playa Bianca, naar de eerste veerboot. Die ontspanning is fijn, want ik merk dat ik gisteren toch wel veel van mezelf heb gevraagd. Onderweg is er genoeg te zien: lieflijke dorpjes, imposante brokken puimsteen en bijzondere wijnvelden. Op hellingen liggen in een ritmisch patroon boogvormige lage muurtjes, gestapeld van lavastenen. Achter die muurtjes is een ondiepe kuil gegraven met daarin lage druivenranken. De malvasia-druif wordt op deze manier tegen de soms felle passaatwinden beschermd en vormt de basis voor de lokale wijn La Geria, een wijn die hoog aangeschreven staat. Toch laat ik die wijn voor nu aan me voorbijgaan.
Fuerteventura
153 kilometer, 2.200 hoogtemeters
Lanzarote was zwart en grijs, Fuerteventura is geel en rood. Twee eilanden, beide vulkanisch, op een half uur varen van elkaar, en toch zo’n groot verschil. Voor ik op de veerboot stapte heb ik gekeken waar ik zou kunnen overnachten. Ik wil niet wildkamperen; ik heb behoefte aan een echt bed, en vooral aan een douche. Er zijn twee opties: één op ruim twintig kilometer en één op zeventig kilometer. Het wordt de eerste. Daarmee wordt het een kortere dag dan ik eigenlijk voor ogen had, maar die vijftig kilometers extra zouden betekenen dat ik ongeveer drieënhalf uur langer onderweg zou zijn. Dan zou het weer een hele lange dag worden en daar heeft mijn lijf – en mijn hoofd trouwens ook – geen trek in. En zo ontstaat vanzelf het ritme dat ik de rest van de tocht zal volgen. Een lange dag op een eiland wordt gevolgd door een kortere dag waarin ik dat eiland afrond, de boot pak en aan een volgend eiland begin. De daaropvolgende dag is weer een lange.

De eerste dertig kilometer loopt de route pal langs de kust, met nauwelijks hoogtemeters en een wijds uitzicht over de blauwe zee. Dat klinkt makkelijk, maar schijn bedriegt. Het anderhalve meter brede pad voelt als een wasbord, met ribbels die ongeveer tien centimeter uit elkaar liggen. Stuiterend en schuddend ga ik vooruit over mijn eigen Parijs-Roubaix.
Na die vlakke kustkilometers buigt de route landinwaarts, de heuvels in, om min of meer over de lengteas van het eiland naar het zuiden te gaan. Al snel waan ik me in het decor van de western der westerns Once upon in time in the West. Rood opwaaiend zand, rode rotsen, verlaten ruïnes en leegte, totale leegte, zover ik kan kijken. Dit is het woestijnlandschap waar ik van droomde. Af en toe stop ik om om me heen te kijken en het landschap in me op te nemen. Een golf van blijdschap overspoelt me, en ik realiseer me dat ik aan het doen ben wat ik graag wilde doen. Dat maakt dat ik me sterk voel en goed vooruit ga. De dag eindigt twaalf uur later dan ik ‘m begonnen ben, op slechts tien kilometer van de veerboot die me naar het volgende eiland zal brengen.
Gran Canaria
146 kilometer, 3.500 hoogtemeters
De veerboot van Fred Olsen zet me in twee uur over naar het derde eiland. Het boeken en betalen van een ticket voor mezelf en de fiets gaat met hun app zeer makkelijk, makkelijker dan ik van tevoren dacht. Vanaf de boot zie ik al dat dit weer een heel ander eiland is: ik zie groen. Na twee kale eilanden is er nu vegetatie. En ik zie bergen, echte bergen, geen heuvels. Het hoogste punt van het eiland ligt op bijna tweeduizend meter.

De eerste veertig kilometers van de route zijn relatief makkelijk, als een stilte voor de storm. Aan de voet van de beruchte Ingenio-klim – de storm – stop ik voor de nacht. Morgen moet het gebeuren.
Mijn versie van deze klim naar de Pico de las Nieves is anders dan het origineel, nog lastiger. Ik deel ‘m in verschillende levels in, hoe hoger, hoe zwaarder. Het begint met een asfaltweggetje van 10 tot 13 procent omhoog, level 1. Level 2 is een betonnen baan van 20-plus procent, een Spaanse muur zoals we wel uit de Vuelta kennen; fietsen lukt niet meer. Level 3 is een geitenpad van grof gravel en stenen, met eenzelfde stijgingspercentage. Zoals ik later op Strava hierover zal schrijven: “Duwen, sleuren, glijden; de Garmin registreerde geen beweging meer, zo langzaam ging het. Na dit geploeter was het op het laatst weer terug naar level 1. Al met al 19 kilometer werken/afzien.” Ik ben vijf en een half uur onderweg en heb maar 35 kilometer afgelegd.
Na het zuur komt meestal het zoet, en ook nu is dat zo. In rustig dalende lijn surf ik met de wind suizend in mijn oren de berg af, langs grillige bergkammen, diepe kloven en weelderige vegetatie. Ik kan weer nadenken, om me heen kijken en genieten van wat ik aan het doen ben. Met diepe ademteugen zuig ik de omgeving in me op. Vanochtend was dat gevoel heel, heel ver weg.

Tijdens de voorbereiding heb ik uitgezocht waar mogelijke bevoorradingsplekken zijn, zoals winkels, horeca, benzinestations en campings, waar ik per eiland een overzicht van heb gemaakt. In de binnenlanden zijn de mogelijkheden dun bezaaid, en vaak niet direct aan de route. Het dorpje Tejeda ligt twee kilometer naast de route, maar is voor de komende vijftig lastige kilometers de enige optie. In de plaatselijke supermarkt moet ik voor de avond, nacht en ochtend inslaan. De deuren van de Spar zijn echter gesloten: er wordt nog uitgebreid siësta gevierd. Pas dik een uur later begin ik aan het laatste stuk van de dag, en zoals vaak blijkt dat het mooiste deel. Over een ruige gravelweg rijd ik langs steile afgronden, soms balancerend vlak langs de rand. Nu ben ik echt in het wilde binnenland, ver weg van bewoning, ver weg van geluiden. Alleen mijn ademhaling en het kraken van het gravel doorbreken de stilte. Het gaat op en af en vraagt volle concentratie, afmattend en motiverend tegelijkertijd. Bij een invallende duisternis zet ik naast het pad mijn tentje op, elf uur later dan ik vanochtend vertrok. Boven een dampend bordje pasta laat ik die uren nog eens aan mij voorbij gaan, wat een dag van uitersten was dit!
De volgende ochtend is het nog veertig kilometer naar mijn laatste veerboot, van 1200 meter hoogte naar zeeniveau, met tussendoor nog een paar inspannende pukkeltjes. Vanaf grote hoogte zie ik in de verte mijn laatste eiland liggen. De top van de 3.700 meter hoge Teide steekt door de wolken, de vulkaan die zo veel fietsers naar Tenerife lokt.
Tenerife
160 kilometer, 3.715 hoogtemeters
De overtochten met de veerboot zijn heerlijke momenten van rust. Onderuitgezakt in een luxe stoel hoeft er even niets. Ik staar voor me uit, dagdroom en val soms in slaap. En soms fantaseer ik over een nieuw eiland. Zo ook nu. Hoe zal het gaan op Tenerife, hoe zal de beklimming van de Teide zijn? En hoe zal het met mijn lijf gaan? Hoeveel energie is er nog? Ik ben moe. Niet alleen van de inspanning, ook omdat ik nog geen nacht goed geslapen heb. Ik besluit om direct na de boot accommodatie te zoeken en uit te rusten. Dit eiland komt morgen wel.

De route start met een lus naar het noorden van het eiland, door de nevelwouden van het Anaga-gebergte. De noordkant van Tenerife is nat en groen. Wind vanuit het zuidwesten wordt opgestuwd door de Teide en verliest dan aan de achterkant van de vulkaan zijn vocht. In een asfaltklim van twintig kilometer gaat het naar duizend meter hoogte. Hoe hoger ik kom, hoe dichter het bos is, en hoe vochtiger. Varens en laurierbomen, met kronkelende takken en behangen met baardmossen, omzomen de slingerende weg. Ik rijd door een groene tunnel die langzaam oplost in de mist. Met elke pedaalslag verschijnt er weer een nieuw stukje, meter voor meter duw ik de nevel voor me uit. Waterdruppels kleven aan mijn kleren, het wordt kouder en kouder. Eigenlijk iets te laat trek ik een regenjasje aan. En tegelijkertijd geniet ik, de kou deert me niet, bijna euforisch zit ik op de fiets.
Na deze eerste klim stopt het niet, er volgen er nog meer. Soms makkelijk, soms steil, tot twintig procent aan toe. Na zestig kilometer heb ik tweeduizend hoogtemeters afgelegd, en dan ben ik nog niet eens aan de Teide begonnen. Op het laatste bevoorradingspunt voor de Teide stop ik voor de nacht. De finale bewaar ik voor morgen.
Het hoogste punt van de hele route ligt op 2.300 meter hoogte, nog ruim onder de top van de vulkaan, die zich op 3.700 meter bevindt. Zo goed als ik me gisteren nog voelde, zo slecht is het vandaag. De benen zijn leeg, de koek is op, het is gedaan. De inspanningen van de afgelopen dagen, het slaapgebrek en de kou – het is bij de mistige start maar acht graden – eisen hun tol. De klim van dertig kilometer kost me veel moeite, maar met elke trap kom ik dichter bij het hoogste punt. Dáár sta ik weer onder een strakblauwe lucht; ik heb de wolken achter me gelaten. Na een picknick met een droog stuk brood met worst – hoe lekker kan simpel zijn – voel ik me ineens weer als herboren, misschien ook door wat ik om me heen zie. Voor me, waar ik naar toe moet, ligt een kaal en leeg, steppeachtig woestijnlandschap. Rechts torent de Teide boven deze leegte uit, onder me hangt een zee van wolken. Ik voel dat ik er bijna ben, en ook dat geeft me een enorme boost.

Zestig kilometer later rol ik Los Christianos binnen, het eindpunt van mijn tocht. Het is gelukt, wat als droom begon is nu werkelijkheid. Het was een avontuur, met afstand het zwaarste wat ik ooit gedaan heb, veel zwaarder dan Torino-Nice en ook zwaarder dan gedacht. Juist dat maakt me trots en blij. Het is tijd om mezelf op een fantastisch diner te trakteren.
Praktisch
Omdat ik in mijn eentje de ruige wildernis in zou gaan waren er twee zaken die extra aandacht vroegen: water en veiligheid. Vanwege de grote afstanden tussen bevoorradingspunten heb ik naast twee grote bidons nog twee flessen van anderhalve liter op de fiets, op de voorvork. Zo kan ik ruim vier liter water meenemen.
Voor de veiligheid heb ik een satelliettracker bij me, waarmee het thuisfront me real time kan volgen. Bovendien kan ik er tekstberichten mee sturen en ontvangen. En als het mis zou gaan kan ik een internationaal noodsignaal uitzenden.
Route
De actuele route kan je via de website van de Granguanche downloaden. Neem altijd deze actuele route: door lokale omstandigheden kan de route namelijk aangepast zijn, denk daarbij bijvoorbeeld aan bosbranden en landverschuivingen
Wil je meer van dit soort artikelen lezen en altijd up-to-date blijven? Abonneer je dan op SOUL Cycling Magazine! Wil je op de hoogte blijven van het laatste nieuws rondom wielrenfietsen? Volg ons op Instagram en Facebook. Ontdek hier meer interessante blogs vol inspiratie en tips! Wil je het gehele Soul Cycling Magazine #4 2025 bestellen klik hier!