20-05-2008 - Kitesurfen, Nieuws

Voorkomen beter dan genezen – Anatomie der kiteboarders

 

Tekst: Tibbe Bakker  Beeld: Ben Streek (www.shortfilms.nl)

Ken je het gevoel in je schouders na een mislukte handelpass, of in je knieen nadat je een golf net even verkeerd raakt of je enkels die de harde landing van een kiteloop niet aankunnen? Tijdens het kiten worden verschillende spieren en gewrichten intensief gebruikt. Dit is enerzijds een goede training, maar het kan ook tot blessures leiden. Met als gevolg de ware kitemare; geblesseerd op het strand hangen terwijl voor je ogen je maten knallen op de perfecte dag…Om dat te voorkomen is het tijd voor een lesje anatomie voor kiteboarders! We bespreken de belangrijkste spieren en gewrichten die tijdens het kiten gebruikt worden. Dat zijn de spieren rond de elleboog, de schouders, de knieen en de enkels. Wat zijn de gevaren, waar kan het mis gaan? Verderop in het artikel vertellen we hoe je op zo’n manier kunt varen dat je blessures zoveel mogelijk voorkomt.

 

 

DE ELLEBOGEN
De elleboog is het gewricht tussen het opperarmbeen (humerus) in de bovenarm en het spaakbeen (radius) en de ellepijp (ulna) in de onderarm. De bovenarm bevat verschillende spieren: de biceps, waarmee de elleboog wordt gebogen, en de triceps, waarmee de elleboog wordt gestrekt. Bij de knobbel aan de buitenkant van de elleboog bevinden zich de aanhechtingen van pezen en spieren die de arm buigen en strekken. Een veel voorkomende blessure in dit gewricht bij het kiteboarden is de ‘epicondylitis lateralis humeri’ oftewel tennis-elleboog. Tegenwoordig wordt er zelfs al over een ‘kiters-elleboog’ gesproken. Een kiters-elleboog is in feite een ontsteking of irritatie van de aanhechtingsplaats van pezen aan de buitenste elleboogknobbel. Wat je voelt, is pijn aan de buitenzijde van de elleboog en in de onderarm. Kracht zetten wordt moeilijk en pijnlijk. Een kiters-elleboog ontstaat door overbelasting. De strekspieren van de arm zijn overmatig of verkeerd belast, bijvoorbeeld doordat de bar krampachtig wordt vastgehouden of omdat dezelfde move te vaak achter elkaar wordt gemaakt. Zo ontstaat irritatie bij de aanhechting van de spieren aan de buitenzijde van de elleboog.

 

 

DE SCHOUDERS
De schouder is een complex gewricht dat bestaat uit verschillende botten: het sleutelbeen, opperarmbeen en schouderblad. Het schoudergewricht bestaat uit een kop en kom. De spieren rond de schouder zorgen voor stabiliteit en een gewrichtskapsel. De banden zorgen voor verdere geleiding van de bewegingen. Door deze constructie kan de schouder zowel roterende als voor-, achter- en zijwaartse bewegingen maken. Dat zorgt uiteraard voor veel bewegingsvrijheid, maar de schouder is daardoor ook kwetsbaar. Kiteboarders gebruiken hun schouders intensief bij bijvoorbeeld een handle-pass. Daarnaast wordt bij alle draaibewegingen zoals back- en frontloops, het schoudergewricht gebruikt. De stabiliteit in het schoudergewricht is sterk afhankelijk van de werking van vier verschillende spieren. De verzamelnaam voor deze spieren is de rotator-cuff. Met rotator-cuff worden de spieren en pezen bedoeld die rond het gewricht voor stabiliteit zorgen.

 

PASS DIE BAR…

Kiteboarders hebben vooral te maken met overbelasting, pees- en slijmbeursontstekingen en dislocatie (schouder uit de kom). Net als bij de elleboog kan herhalende beweging van het gewricht tot blessures leiden. Dit wordt rotator-cuffletsel genoemd. Dit letsel komt vooral voor bij mensen die herhaalde bewegingen met de arm boven het hoofd maken. Een dislocatie van de schouder (‘uit de kom’) wordt ook wel luxatie genoemd. Het kapsel en de spieren rondom de schouder (de rotator cuff) zorgen ervoor dat de schouder stabiel blijft en de schouderkop in de gewrichtskom blijft. Als de schouderkop niet meer op zijn plaats in de kom zit, spreekt men van luxatie. Dit is zeer pijnlijk. Bij een luxatie (als de schouder uit de kom is) moet er een repositie worden uitgevoerd, oftewel de schouder moet weer terug in de kom worden gebracht. Dit dient deskundig te gebeuren, om verdere beschadiging te voorkomen. Meestal worden bij een repositie spierverslappers en pijnstillers gebruikt. De repositie kan ook onder narcose uitgevoerd worden en in erge gevallen zelfs door middel van een operatie.

 

 

DE KNIEEN
De knie is een van de zwaarst belaste gewrichten van het menselijk lichaam. Het kniegewricht heeft een grote beweeglijkheid, maar is niet erg stabiel. De knie is een scharniergewricht, deze vormt de schakel tussen het bovenbeen en het scheenbeen. Het kniegewricht kan buigen, strekken, draaien en glijden. Met een gezonde knie kan het been vrij bewegen en worden schokken die ontstaan door bijvoorbeeld een landing op het water, opgevangen. Bij de beweging van de knie zijn drie botstukken betrokken: het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. De uiteinden hiervan zijn bedekt met kraakbeen. De twee botstukken van het kniegewricht passen niet goed op elkaar. Het uiteinde van het dijbeen is bolvormig en het uiteinde van het scheenbeen is vlak. Om het gewricht toch goed te laten bewegen, zitten er twee tussenschijfjes van kraakbeen in, de menisci, die ook als schokdemper fungeren. De gewrichten worden verstevigd met gewrichtsbanden (ligamenten) en kapsel. Het kniegewricht bevat vier banden: een binnen- en buitenband, die zorgen voor de zijdelingse stabiliteit. Centraal in het kniegewricht liggen twee kruisbanden: de voorste en achterste kruisband. Deze banden lopen gekruist en hebben als belangrijkste functie voor- en achterwaartse bewegingen van de knie te geleiden en te remmen. Elke band voorkomt dat het onderbeen in een bepaalde richting verschuift.

 

TREK DIE SPRAY…
Een harde, vlakke landing of verkeerde draai op een golf kan een beschadiging van de kruisbanden veroorzaken. Door het scheuren van een kruisband ontstaat er vaak een bloeding in het kniegewricht, waardoor de knie binnen enkele uren dik wordt en veel pijn doet. De pijn kan samen gaan met een gevoel van misselijkheid. Wanneer een kruisband scheurt, hoort men in de meeste gevallen een ‘knappend’ geluid in de knie. De oorzaak is een abrupte buig- of draaibeweging in het kniegewricht. Dit kan gebeuren als men valt terwijl de voet ‘vast’ staat, bij verstappen, uitglijden of bij het direct omdraaien na een sprong. Het onderbeen blijft staan terwijl het bovenbeen naar buiten draait. Als deze beweging snel, ongecontroleerd en te ver wordt doorgevoerd, komt de kruisband onder te grote spanning te staan en kan scheuren. Er kan tegelijkertijd ook letsel ontstaan aan de binnen meniscus (mediale meniscus) en/of aan de binnenband (mediale band). Een veel voorkomende blessure bij extreme sporten is de zogenaamde springersknie (jumpers knee). De strekspier van de knie (quadriceps) loopt uit in een pees die via de knieschijf aan het onderbeen aanhecht. Door overbelasting van de pees ontstaat drukpijn en zwelling, meestal aan de onderzijde van de knieschijf. Soms treedt de pijn op aan de bovenzijde van de knieschijf of ter plaatse van de aanhechtingsplaats aan het onderbeen. De voornaamste oorzaak van de springersknie is overbelasting. Deze overbelasting kan optreden door een te snelle trainingsopbouw, met name als hierin veel wordt gesprongen. Ook een verkeerde afzettechniek, waarbij wordt ‘gestemd’ of ‘geblokkeerd’, kan deze blessure tot gevolg hebben. Ook bij te weinig schokdemping kan het mis gaan. Zorg dus voor goede footpads en smooth landings!

 

DE ENKELS
De enkel is het gewricht tussen het onderbeen en de achtervoet en wordt ook wel bovenste spronggewricht genoemd. Het gewricht tussen de twee achtervoetsbeenderen, het sprongbeen (talus) en het hielbeen (calcaneus) wordt het onderste spronggewricht genoemd. De enkel kan verschillende bewegingen in de voet tot stand brengen: de voet kan omhoog (dorsaalflexie), naar beneden (plantairflexie), naar binnen en buiten (inversie en eversie) draaien. Er zijn drie
botstukken betrokken bij het enkelgewricht. Het betreft hier twee botstukken in het onderbeen en een botstuk uit de achtervoet, het sprongbeen. Het onderbeen bestaat uit het scheenbeen (tibia) en het kuitbeen (fibula). De gewrichten worden verstevigd met gewrichtsbanden die ook in dit gewricht ligamenten worden genoemd, en gewrichtskapsels. Verder zitten er slijmbeurzen op plaatsen die aan wrijving onderhevig zijn.

 

GO HIGH OR GO HOME…
Het enkelgewricht vormt de verbinding tussen de voet en het onderbeen. Om het gewricht heen zitten banden en kapsels, tesamen met pezen. Deze zorgen gezamenlijk voor stevigheid en geleiden de bewegingen in het gewricht. Bij een verstuiking rekken deze enkelbanden op of scheuren ze. De bloedvaatjes die hier zitten scheuren ook. Dit zorgt voor een flinke zwelling van de enkel. Een verstuikte enkel doet in het begin vaak zo zeer dat je er niet op kunt lopen. Dit is normaal en heeft onder andere als functie dat de enkel genoeg rust krijgt om te herstellen. Gescheurde enkelbanden zijn een serieuzere vorm van enkelletsel. Bij een gescheurde enkelband is de voet flink gekanteld geweest, waardoor deze kapsel-bandstructuren gescheurd zijn. Meestal ontstaat daarbij een zwelling op en onder de enkel aan de buitenzijde. Vaak gaat het ook gepaard met een bloeduitstorting aan binnen- en/of buitenkant. Een helemaal doorgescheurde enkelband doet niet direct ernstig pijn, maar aan een gedeeltelijke scheur kan je flink wat pijn hebben. Meestal ontstaat er een zwelling op en onder de enkel en is er ook een bloeduitstorting te zien. Je kan dit herkennen aan een paarse verkleuring onder de enkel, soms tot aan de rand van de voetzool, die na 24 tot 48 uur ontstaat. De meest voorkomende oorzaak van een gescheurde enkelband is een flinke misstap of val (verzwikking of distorsio). Dat gebeurt tijdens het kiten bijvoorbeeld op choppy water, na een vlakke landing of wanneer een voet in de voetbanden blijft hangen. Het gaat vaak om onverwachte of onbeheerste bewegingen.

 


Access kiteboard mag. Abonnee worden?


 

 van