25-09-2019 - Windsurfen, Nieuws, Leesvoer

Interview Jordy Vonk

Met zijn vierde plaats in het overall slalomklassement van de PWA van vorig jaar geldt Jordy Vonk ineens als een serieuze kandidaat voor het podium. ‘Ik ben niet het grootste talent dat rondvaart, maar ik denk dat als alle dingen samenvallen, ik wereldkampioen kan worden.’

Als op zondag 7 oktober 2018 de World Cup in Sylt officieel voorbij is, kan Jordy Vonk een zucht van verlichting nauwelijks onderdrukken. Eindelijk staat het zwart op wit: ‘Jordy Vonk, vierde van de wereld’. Na solide resultaten het hele jaar door kon zelfs een elfde plaats op het Duitse schiereiland zijn opmars naar de top niet verstoren. ‘Ongelofelijk. Op zo’n moment gaat er van alles door je heen. Was dit geluk? Ben ik echt vierde geworden? Hebben anderen het slecht gedaan of ik gewoon heel goed? Het moment dat de ranking vaststond was een enorme opluchting. Ik wist: dit neem niemand meer van me af.’

Jordy Vonk (1993) is een laatbloeier. Hoewel vader Renee fanatiek windsurfer is en Jordy opgroeit in Katwijk duurt het tot hij 12 is voor hij op een windsurfplank staat. Als hij een jaar later voor het eerst planeert is hij verkocht. ‘Mijn vader voer vlak achter me, en ik maar omkijken: ben ik in plané? ‘Ja, bijna, bijna!’ Dat ging denk ik wel een uur zo door, totdat ik echt aan het planeren was. Fantastisch.’

De familie Vonk was inmiddels verhuisd naar ‘boerengehucht’ (Jordy’s woorden) Nieuw- Vennep, waar ze neerstrijken op huisnummer 69 – niet toevallig tegenwoordig zijn zeilnummer. ‘Samen met m’n pa hadden we een karretje gemaakt zodat ik na school of als m’n ouders niet konden rijden naar de Toolenburger Plas bij Hoofddorp kon om te varen. Nu vraag ik me af hoe ik daar ooit heb kunnen windsurfen. Maar toch heeft Paul Zeper daar z’n meeste freestyletricks geleerd en heb ik er leren gijpen. Terugkijkend is het dan toch best een legendarisch meertje haha.’

Na een eerste wedstrijdje bij de Mission in 2006 – ‘gijpen kon ik nog niet, ik lag te zwemmen bij iedere boei’ – won hij een jaar later de jeugdcategorie op de Super 8. ‘Ik kreeg een beker vol krassen; volgens mij gebruikten ze tweedehands bekers van andere wedstrijdsurfers, maar fuck it, ik maakte er een kast voor vrij en vanaf dat moment wilde ik er zoveel mogelijk hebben.’ De jaren die volgen is de familie Vonk bijna elk weekend aan het water te vinden. Regiocups, NK’s, EK’s en WK’s; in ‘het campertje’ tuffen vader Renee, moeder Joke, zusje Laura en Jordy heel Europa door. Het gaat crescendo en na een paar jeugdtitels op het NK wordt Jordy tweede op het EK en WK. Een sponsorcontractje volgt, hoewel hij zijn spullen veelal nog deelt met zijn vader.

In de herfst van 2012, hij is inmiddels 19, doet Jordy voor het eerst mee aan een World Cup, in Sylt. Om de kosten zo laag mogelijk te hou- den slaapt hij in het busje van zijn ouders, met lunchtickets die hij van andere riders krijgt haalt hij ‘s avonds een gratis maaltijd. ‘Het was iedere dag feesten, ik heb geloof ik één avond overgeslagen. Dan ben je er tien dagen en heb je drie heats gedaan. Voor de wedstrijdervaring schoot het natuurlijk niet heel erg op, maar het was wel supercool om een keer met die gasten te varen.’

Wat was het moment dat je dacht dat je van windsurfen je beroep zou kunnen maken? ‘Eigenlijk had ik vanaf het begin al zoiets van: ik wil wereldkampioen worden en ga er alles aan doen. Mijn ouders vonden alles best, zolang ik mijn papiertje maar haalde. Het werd een studie commerciële economie aan de Johan Cruyff University, waardoor ik veel kon blijven windsurfen. Ik hoefde maar twee dagen per week naar school en de rest kon ik trainen. Wat ik op school niet vertelde is dat ik die andere dagen eigenlijk werkte om het windsurfen überhaupt te kunnen betalen.’

Hoe belangrijk is het om fanatieke ouders te hebben als je windsurfprof wilt worden? ‘Als je ouders zeggen: je bekijkt het maar, kom je één niet bij het water en twee heb je ook niet de spullen om competitief te zijn en altijd te kunnen varen. Mijn ouders hebben me altijd geholpen, maar toen ik 18 werd hebben ze wel gezegd: we hebben niet het budget om alles voor je te gaan betalen.’

Je vader zei: ‘Jordy was nooit zo goed geweest als hij vroeger niet had moeten vechten voor zijn materiaal.’ ‘Daar ben ik het 100% mee eens. Als je echt moet werken om er te komen, maakt het je op lange termijn beter.’

Als je kijkt naar de Jordy die in 2012 zijn eerste races deed in Sylt en de Jordy die vierde van de wereld staat, wat is dan concreet het verschil? ‘Vooral de ervaring. Zo’n eerste keer vaar je ineens rond met gasten waar je tegenop kijkt, daardoor sta je gelijk al achter. Verder leer je je materiaal steeds beter kennen en tunen en zijn mijn skills ook echt nog wel beter geworden. Maar het belangrijkste is de ervaring.’

Jordy maakt deel uit van de snel opkomende nieuwe generatie slalommers. De TWS Slalom Training die tegenwoordig elke winter in Tenerife wordt gehouden – en waarvoor Jordy als business case voor de Johan Cruyff University nog een marketingplan schreef – geeft (aspirant) worldcuppers de kans beslagen ten ijs te komen. Jordy telt de trainingsdagen op het nauwkeurig door hem bijgehouden schema – inclusief gewicht, rusthartslag en gedane trainingsarbeid. ‘27 dagen slalomtraining, 15 races per dag. Dat zijn 405 starts. Wat we nu in een paar maanden Tenerife doen, daar was je vroeger een paar jaar mee bezig. Het komt echt door die training dat er overal stappen worden gemaakt. Je merkt dat het niveau beter wordt.’

Kun je aan de hand van de Slalom Training inschatten waar je staat ten opzichte van de rest? ‘Ik heb veel gevaren met Matteo (Iachino, nummer 2 van de wereld, red.). Voor mijn gevoel kan ik nu vaker en beter met hem vechten. Het voelt goed, al geeft het geen garanties. Je laat nooit het achterste van je tong zien bij die trainingen. Maar als je hier stabiel vaart is dat alleen maar positief voor het seizoen natuurlijk.’

Denk je dat je dit jaar de top 3 van Albeau, Iachino en Mortefon kan bedreigen? ‘Ik denk het wel. Antoine Albeau is een klasse apart, en hoe hij gedomineerd heeft gaat denk ik niemand meer doen. Daar kun je alleen maar respect voor hebben, maar hij wordt ook ouder. Er zal een jaar komen dat hij af en toe breekt. Hetzelfde geldt voor Pierre en Matteo. Allebei supergoede windsurfers, maar ook zij zullen een keer steken laten vallen, en dan hoop ik dat ik er ben om het af te straffen.’

Wie zie je naast die drie gasten als jouw grootste concurrenten? ‘Er zijn genoeg gasten die ook zomaar vóór je kunnen staan. Denk aan Pascal Toselli, Ross Williams of Julien Quentel. En dan heb je nog gasten die omhoog komen, zoals Ethan Westra, Tristan Algret, Mateus Isaac – de jonge garde die net als ik ineens zo’n stap kan maken. Ik kijk echt niet alleen omhoog; er zijn heel veel gasten die ik gewoon weer achter me moet zien te houden.’

Wanneer ben je na dit jaar tevreden? ‘Ik richt m’n pijlen op het podium. Maar als ik weer sterk in de top 10 sta met minimaal één podiumplaats ben ik tevreden.’

Ik kan me haast niet voorstellen dat jij straks na Nieuw-Caledonië tevreden bent als je negende staat. ‘Nee, zeker niet. Mijn doel is om het podium op te gaan, maar dat is echt nog een stap. Van 11 naar 4 is denk ik even groot als van 4 naar 3. Rond de top 5 zou ik tevreden zijn.’

Je vader zei dat hij destijds niet verwacht had dat je zo ver zou komen. ‘Klopt. Ik denk dat wel meer mensen dat niet hadden verwacht. Ik ben geen supertalent.’

Maar je voelde wel dat het erin zat? ‘Laat ik het zo zeggen: het is altijd mijn doel geweest. Ik merkte altijd dat ik beter kon. Voor mij was het allemaal haalbaar, dat heb ik nog steeds. Ik denk nog steeds dat ik beter kan. En als ik vorig jaar vierde was, moet ik dus het podium op kunnen.’

En uiteindelijk naar die bovenste trede? ‘Dat is mijn droom, dat heb ik vanaf het begin gezegd. Ik ben niet het grootste talent dat rondvaart, maar ik denk dat als alle dingen samenvallen, met nog een paar jaar ervaring erbij, het wel mogelijk is.’

Jordy’s droom om windsurfpro te worden is inmiddels ruimschoots uitgekomen. Hij reist de hele wereld over, en er gaat bijna geen dag voorbij dat hij niet met windsurfen bezig is. ‘Ik kom op geweldige plekken en maak zoveel mee. Varen op megablauw water, proberen te rippen in masthoge golven, duizenden kilometers rijden naar evenementen, 200 kg inchecken om de hele wereld over te vliegen, evenementen varen terwijl iedereen via de livestream meeleeft en dames die je stoere verhalen natuurlijk mega aantrekkelijk vinden.’

Zitten er ook minder leuke kanten aan dit droomleven? ‘Er zijn best veel mensen die denken dat je als pro buiten het windsurfen om niks doet, dat ik eigenlijk continue vakantie heb. Dat is soms best vervelend om te horen. Ik denk dat mensen onderschatten wat er allemaal bij komt kijken. ‘Een goed voorbeeld is dat ik binnenkort tussen de evenementen door even een weekje naar Maui moet voor de fotoshoot. Maui is natuurlijk supermooi, maar als je daar voor vier dagen heengaat leef je in een jetlag, en ondertussen ben je de hele tijd alleen maar bezig om foto’s te maken. Dat is toch wat anders dan vakantie. Je hoort mij er niet over klagen, maar dingen lijken zonniger dan dat ze zijn.’

Wat zijn jouw sterke en zwakke punten? ‘M’n sterke punt is analyseren. Ik kijk al m’n races terug, vraag om advies van andere mensen en probeer daarvan te leren. Op die manier leer ik mezelf bepaalde skills aan die me tot nu toe steeds verder brengen.

‘M’n zwakke punt is dat ik altijd vooruit kijk en soms niet genoeg geniet van het moment zelf. Daar ben ik me in ieder geval bewust van geworden en ik wijs mezelf er nu vaker op. Meer genieten, in het moment leven.

‘Ik kan ook een beetje autistisch zijn. Bijvoorbeeld qua netheid in m’n bus. Ik ben mega georganiseerd, alles heeft bij mij een plekje. Dat kan lastig zijn, want als iemand er in mijn ap- partementje of bus een bende van maakt kan ik me kapot ergeren. Tegelijkertijd is dit ook iets waar ik kracht uit haal. Ik zit het meest in mijn element als ik dingen onder controle heb. Als ik alles gelabeld heb, alles op zijn plek ligt en ik alles blindelings weet te vinden, voel ik me com- fortabel, en van daaruit kan ik dan weer beter presteren.’

‘Jordy is soms te sociaal’, zei je moeder. ‘Hij is in staat vlak voor de race nog iemand een vin te lenen, terwijl hij zich dan misschien beter op zichzelf kan richten.’ ‘Ik ben behulpzaam, dat klopt; ik kan moeilijk nee zeggen. Maar zodra ik het water op ga, gaat er een knop om. Dan is de focus volledig op de race en krijg ik een soort tunnelvisie. Ik ben alleen bezig met als eerste bij die boei aan te komen, om vervolgens eerste te worden bij de finish. En als ik dat niet ben, ben ik alleen maar aan het proberen gasten in te halen.’

Je moeder zei ook dat je vroeger een heel verlegen ventje was. ‘Oh ja, zeker. Mijn zusje was de stoere van de twee, ik was het watje. Als op het strand mijn speelgoed werd afgepakt ging zij het terughalen.Terwijl ik 9 was en zij 5.’

Om de absolute top te bereiken moet je soms een killer zijn. Ben je dat? ‘Ik ben wel steeds meer een killer geworden. Ik denk dat ik in het begin nog wat te soft was. Vroeger dacht ik bij een gijp nog weleens: gaat dit wel goed? Nu weet ik beter wat ik kan en durf ik meer risico te nemen. Ik ben zelfverzekerder geworden, zoek de grenzen meer op. Het is ook een stukje ervaring; ik raak niet zo snel meer van de wijs als er tijdens een race onverwachte dingen gebeuren.’

Zijn er in de praktijk dingen veranderd sinds jouw vierde plaats vorig jaar? ‘Het is vooral financieel allemaal wat beter te behappen nu. Ik ben nu wat ze noemen een internationale rider met internationale invloed. Ik moet bij alle fotoshoots aanwezig zijn, ze willen wat meer gebruik van me maken in de advertenties. En daar staat tegenover dat je meer geld krijgt. Al is het niet zo dat ik nu ineens bakken met geld krijg. Ik hou aan het eind van het jaar geld over, maar dat komt ook omdat ik thuis geen hypotheek of iets heb. Je komt wel rond hoor, maar het is geen vetpot.’

Waar geef je het meeste geld aan uit? ‘Vliegtickets en overbagage.’

En aan steaks? Ik zie op Instagram regelmatig boodschappenkarretjes vol vlees voorbijkomen. Lacht. ‘Ja, dat kost serieus veel geld! Maar als je hard traint moet je goed eten. Mijn streefgewicht is 95 kilo. Ik zit nu rond de 91; op Tenerife val ik altijd af omdat bij die trainingen veel endurance komt kijken.

‘Het klinkt misschien gek, maar het materiaal gaat gewoon harder als je zwaarder bent. Met 95 kilo haal je het maximale uit je materiaal, zonder dat je het a egt rond de boeien. Dat betekent niet dat het onmogelijk is om hard te gaan als je 85 kilo weegt of met 105 kg niet wegkomt bij de gijp, maar dit is algemeen bezien het ideale gewicht.

‘Overigens ben ik ook goed aan het eten om straks tijdens het seizoen weer crap te kunnen eten. Op evenementen in Japan en Korea is gewoon niet zulk goed voedsel, daar hou ik nu al rekening mee.’

Dat vele trainen, heb je daar altijd zin in? ‘Nee joh! Af en toe hoef je dat hele water niet op, ben je d’r helemaal klaar mee en dan wacht je op een periode zonder wind. Als die aanbreekt is dat stiekem hartstikke lekker.’

Tegelijk duik je na de slalomtraining net zo makkelijk ook gewoon nog even de sportschool in. ‘Natuurlijk zijn er momenten dat je denkt: zak er maar in, ik ga niet. En dat heb ik heel af en toe ook wel gedaan. Maar het is niet zo dat ik ga trainen wanneer ik het leuk vind. Ik maak een schema en daar moet ik me aan houden.’

Wat zijn omstandigheden waarin jij echt uitblinkt? ‘Goede vraag. Ik heb het eigenlijk in alle omstandigheden ondertussen al wel een keer goed gedaan. In Fuerteventura waar ik de hele week met 6,2 stond werd ik vierde, in Japan en Costa Brava met supergrote spullen was ik tweede en vierde… Ik zou niet eens meer weten wat mijn favoriete omstandigheden zijn.’

En puur voor het plezier? ‘Hard waaien maar nog wel in control. 6,2 volle bak, dat vind ik lekker. Dat je echt met racen bezig bent.’

Wat vind je van foilen? ‘Ik vind het vooral leuk dat we nu met weinig wind iets kunnen doen. Wat dat betreft is het vergelijkbaar met Formula, ik vond dat tactische spelletje altijd wel leuk. Maar mijn hart ligt bij slalom.’

En de golven? ‘Waven voelt voor mij als vakantie. M’n talent ligt er niet, maar ik vind het superleuk om te doen. En ik ben niet bang. In Kaapstad waren er dagen dat sommige locals niet naar buiten gingen en gasten alles braken terwijl ik gewoon super veel fun had in mega golven. Naderhand denk ik dan weleens: had ik het niet wat rustiger aan moeten doen? Maar ik hou ervan om mezelf te pushen. Ik denk altijd: ik overleef het wel, komt wel goed.’

Wat kun je nog beter doen in je jacht op die wereldtitel? ‘Je bent op zoek naar het ideale plaatje, een bepaalde balans. Tussen trainen en rusten, serieus zijn en plezier maken. Ik regelde tot voor kort de garantiegevallen voor Boardguru, maar het is natuurlijk niet ideaal om tijdens events ’s avonds nog even je laptop te pakken om een halfuurtje garanties in het systeem te zetten. Ik ben er onlangs mee gestopt. Ik heb dat geld nu niet nodig, ik verdien genoeg. De focus kan nu voor 100% op het windsurfen.’

Heb je een relatie? ‘Nee, en dat is heel bewust. Ik wil niet ergens achterin mijn hoofd ook nog met iemand anders bezig zijn. Ik hoef met niemand rekening te houden, kan op elk moment in mijn bus stappen of het vliegtuig nemen. Dat geeft toch een bepaalde rust. Het is niet zo dat ik het helemaal afkap of nooit gevoelens opbouw, maar ik kan ook weer net zo makkelijk zeggen: ik ga ervandoor, doei.’

Hoe zie jij de toekomst? ‘Ik zie mijzelf dit nog tien jaar doen, zolang ik het gevoel heb dat ik meedoe om de prijzen. Ik wil niet iemand zijn die te lang blijft hangen, hopend op een wonder. Ik bedoel: Finian Maynard die nu zijn eigen boardmerk begint en dan toch nog maar een jaartje mee blijft doen. Ik vraag me af wat hij daar dan nog uithaalt. Aan de andere kant: misschien kan ik er straks ook niet mee stoppen. ‘Stel ik zou nog tien jaar doorgaan, dan ben ik 35. Dan verkoop ik iedere vin, ieder schroefje wat ik heb, en zoek ik een baan. Sommige gasten maken zich geen zorgen omdat ze niet weten wat er komen gaat. Ik maak me geen zorgen omdat ik denk dat ik slim genoeg ben, en een papiertje heb waarmee ik later iets kan doen. Ik weet dat die tijd er ooit ook aankomt, maar ik kijk er realistisch tegenaan. Nu genieten, en die tijd en zorgen komen later wel.’


Dit artikel komt uit Motion #1 van 2019 . Op de hoogte blijven van al het windsurf nieuws? Abonneer je dan snel op Motion en volg ons op Facebook en Instagram!

 van